Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ftas

J 1

Fig. 175.

drijft, hangt dus van don afwijkingshock cn do horizontale component der aardmagneetkracht af, en bovendien van het product van poolsterkte en lengte. Dit product, dat menigmaal de magnetische werkingen bepaalt, wordt het magnetisch moment van de staaf genoemd.

§ 195. Afw ijking van den eenen magneet door den anderen.

Zij (Fig. 175) nz een magneet die om zijn middelpunt o in een horizontaal vlak kan draaien, on N Z een vaste magneet in datzelfde vlak, die n z uit den magnetisehen meridiaan mm doet afwijken. Tussehen de polen n en z aan don eenen, N en Z aan den anderen kant, bestaan vier krachten, die door na,

nb, zc en zd zijn voorgesteld.

Worden do resultanten n e en zf naar o overgebracht,

dan ontstaan twee koppels, die evenwicht moeten maken

mot liet koppel van liet aardmagnetisme.

Bijzonder eenvoudig wordt de zaak wanneer n z zeer

klein is in vergelijking met de afstanden tot de polen van

NZ. Dan kan men na en zc, en eveneens nb on zd als

gelijk en evenwijdig beschouwen; ook zonder dat men do

krachten naar o overbrengt heeft men dan een koppel.

\i i i •: • ,

muil Kciii mj een geringe lengte van n z de zaak ook als volgt opvatten. De magneet NZ (Fig. 17G> brengt in een willekeurig punt o een zekere magnetische kracht (§ 192) o p te weeg, de aarde een magnetische kracht o q. De resultante o r bepaalt de richting van de krachtlijn in oen in deze richting zal zich een zoor

kleine magneetnaald plaatsen (§ 192). Daarbij valt nu nog het volgende op te merken. a. Bevindt zich het punt o op de lijn die N Z loodrecht

Fig. 171).

Sluiten