Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f205

<J

Fiff. 191.

wichtsvoorwaai

,aarde dat de hoogten van a en c boven dat horizontale vlak omgekeerd evenredig zijn met de dichtheden van kwik en water.

Men raerke hierbij op dat in twee punten, die aan weerszijden even hoog liggen, maar boven b, dus in verschillende vloeistoffen, de druk niet dezelfde is.

Bij den gewonen bakbarometer, die in Fig. 191 is voorgesteld, moet in het horizontale vlak a b d de druk overal even groot zijn. Terwijl aan don vloeistofspiegel in den bak de dampkringsdruk bestaat, beeft men, wanneer boven c een luchtledige ruimte is, binnen de buis bij d den druk die door de kwikzuil cd wordt teweeggebracht. De druk in den dampkring is dus gelijk aan den druk die, bij afwezigheid van de lucht, aan den bodem van een met kwik gevuld vat zou worden gevonden, als de hoogte van de vloei-

—/-•_•/ J i • i i i >

stof daarin gelijk was aan de verticale hoogte van het

kwik m de barometerbuis boven dat in den bak.

Bij een hevelbarometer (Fig. 192) wordt op dezelfde wijze de druk van den dampkring aangegeven door den verticalen afstand van de kwikoppervlakken c en b.

Gemakkelijk kan men uit den barometerstand den druk van de lucht in dynes per cm2 afleiden. Men vindt daarvoor bij den gemiddelden barometerstand van 7G cm (kwik van 0' C.) 1,014 X 10" dynes.

Doet men de buis van een barometer hollen, dan blijft de verticale hoogte van het kwik boven den vloeistofspiegel in den bak onveranderd. Hij een genoegzame helling vult het kwik de buis geheel en drukt zelfs tegen den bovenwand daarvan; de bedoelde druk is gelijk aan het gewicht van een kwikkolom waarvan men de lengte vindt

:loor de verticale hoogte van den top der buis boven

Sluiten