Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewegingsverschijnsel; vooraf echter merken wij op dat de redeneeringen van § § 155 en 156 en de daaruit afgeleide evenwichtsvoorwaarden ook voor vloeistoffen doorgaan.

Wij kunnen die b.v. toepassen op het geval waarop Fig. 190 (blz. 325) betrekking heeft. Wij verbeelden ons te dien einde dat, uit den evenwichtsstand, het oppervlak a zich over een oneindig kleinen afstand <5 naar beneden verplaatst; is de buis overal even wijd, dan gaan daardoor de oppervlakken b en c evenveel naar boven. Zij nu S de doorsnede van de buis, h het hoogteverschil tusschen a en b, h' dat tusschen b en c, s het soortelijk gewicht van de benedenste vloeistof, s' dat van de bovenste, dan is het arbeidsvermogen van plaats van de eerste afgenomen (§ 206) met

h s S <5

en dat van de laatste toegenomen met

h' s' S 6.

De geheele vermindering van de potentieele energie, d.w.z de arbeid van de zwaartekracht, bedraagt dus

(h s — li' s') S <5.

Zal er in den oorspronkelijken stand evenwicht bestaan, dan moet dit verdwijnen en daardoor vindt men de reeds bekende voorwaarde terug.

§ 209. Uitstrooming door een opening in een wand. a. Wij beschouwen het geval dat zich in den bodem van een vat (Fig. 197) een ope- l!,'■

ning (i b bevindt; wij zullen onderstellen dat, terwijl de vloeistof daaruit stroomt, haar oppervlak S op een standvastige hoogte li boven a b wordt gehouden. I)e bewegingstoestand wordt dan onveranderlijk (stationair); niet alleen in de opening, maar ook in een

willekeurig punt van de met vloeistof gevulde ruimte wordt ten allen tijde dezelfde snelheid aangetroffen, ofschoon in een dergelijk punt telkens weer nieuwe vloeistof is gekomen.

J

Sluiten