Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begrensd; deze massa verdoelen wij door bollen die concentrisch niet liet oppervlak van het Iicha:itn zijn, in oneindig dunne lagen.

. .T t •' ' O O

\\ ordt nu het lichaam om een middellijn, stol om do verticale middellijn, gedraaid, dan sloopt het do binnenste vloeistoHaag mode; deze heeft oen dergelijke werking op do volgende vlooistotlaag 011 zoo vervolgens, zoodat ten slotte al de lagen om do \orticalo as wentelen, waarbij echter do hoeksnelheden, daar de buitenste laag door den wand wordt vastgehouden, naar buiten toe afnemen, lerwjjl nu de bol op deze wijze de vloeistof' meesleept, wordt hij zelf in zijn beweging belemmerd. Iïet gevolg is dat 111011, oni don bol in beweging te houden, er voortdurend ooii koppel op moet laten werken en dat, als men dit niet doet, de beweging langzamerhand wordt uitgeput. Draaiende schommelingen, die men kan hebben wanneer de vaste bol mot oen punt van zijn oppervlak aan oen draad is opgehangen, worden op deze wijze gedempt.

Iets dergelijks als hier van oen bol gezegd werd, geldt ook van lichamen van anderen vorm, b.v. van een cirkelvormige

- M ' O

schijf, dio in horizontalen stand niet zjjn middelpunt aan een draad is opgehangen en door een vloeistof omringd is.

liet verdient vorder opmerking dat do beweging die door oen \iist lichaam aan oen vloeistof is meegedeeld, door deze op oen tweede vast lichaam kan worden overgedragen. Zijn b.v. in een vloeistofmassa twee horizontale cirkelvormige schijven geplaatst, mot do middelpunten op dezelfde verticale lijn , dan zal hot ronddraaien van de cone schijf om die lijn tengevolge hebben dat do andore zich eveneens op dezelfde wijze in beweging stolt.

Do wrijving geeft ook tot een weerstand aanleiding als een vast lichaam zich door oen vloeistof hoen verschuift. Over de wijze waarop zich in dit geval do vloeistof beweegt, kunnen wij hier niet in bijzonderheden treden. Wij vernielden alleen dat het onderzoek van allo in deze £ genoemde verschijnselen en evenoens van do strooniing door buizen hoeft doen zien dat de grootte van de voorkomende snelheden, dus b.v. de grootte dor snelheid van een vast lichaam, of do grootte der gemiddelde snelheid van een vlooistofstroom van veel invloed is. Hij genoegzaam kleine snolheden zjjn de verschijnselen betrekkelijk eenvoudig; voor de beweging in buizen gelden de boven besproken wetten, en de

n

Sluiten