Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een gas dat in een onveranderlijk volume is opgesloten, bij verwarming toeneemt, on dat het gas zich daarbij uitzet, wanneer een der insluitende wanden kan terugwijken. Een gas „verwarmen" is nl. niet anders dan een grootere snelheid aan de molekulen meedeelen.

Beschouwen wij gemakshalve een vat met de eenheid van volume. Dat de druk evenredig met het aantal daarin aanwezige molekulen, en met de massa van elk deeltje is, is gemakkelijk in te zien. Wat de snelheid betreft, blijkt het bij nadere beschouwing dat de druk 4, 9, enz. maal grooter wordt, wanneer de snelheden van alle molekulen worden verdubbeld, verdrievoudigd, enz Dit is begrijpelijk, als men bedenkt dat Dij vergrooting van de snelheden de wanden meer stooten van de heen- en weergaande molekulen ondervinden, en dat bovendien iedere stoot heviger wordt.

Men kon de uitkomst waartoe de theoretische berekening leidt, het kortst uitdrukken door te zeggen dat de getalwaarde van den druk per vlakte-eenheid het twee derde is van de getalwaarde der kinetische energie die, wegens de voortgaande beweging van de molekulen, in de ruimteeenheid aanwezig is.

Heeft men dus den druk (in dynes per cm2) gemeten, dan kent men ook deze kinetische energie (in ergen per cnr1). Daar men ook de massa van een cm' kan bepalen, is men in staat, de snelheid van de molekulen of liever, daar niet alle zich even snel behoeven te bewegen, een zekere gemiddelde snelheid te berekenen. Voor waterstof van 0 bedraagt deze 184000 cm per seconde en ook bij andere gassen honderden meters, wat in goede overeenstemming is met de uitkomst van § 145.

§ 221. Afleiding van liet verband tusschen den druk en de lliolekulaire beweging. Onderstellen wij (lat liet gas zich in een cilindervormig vat V (Fig. 20!l) van de hoogte h bevindt, dat het bovenvlak daarvan een bewegelijke zuiger X is, en dat do deeltjes zoo klein zjjn, dat zij zoo goed als nooit tegen elkaar botsen. Een deoltje P, dat de in de figuur voorgestelde zigzaglijn doorloopt, zal steeds dezelfde snelheid hebben in een richting loodrecht op Z. Duiden wij deze snelheidscomponent door ut

fw.

Sluiten