Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vergelijkt men eindelijk tweo verschillende gassen bij dezelfde temperatuur en onder denzelfden druk, dan komt in eenzelfde volume in beide dezelfde kinetische energie voor; de gemiddelde snelheid U ia dus omgekeerd evenredig met den vierkantswortel uit de dichtheid. Zij is bjj waterstof grooter dan bij eenig ander gas.

Merken wjj ten Motte nog op, dat de gemakshalve gemaakte onderstelling dat de molekulen niet tegen elkaar botsen, gebleken is, niet noodzakelijk te Z!l'i l,m <le meegedeelde uitkomsten te verkrijgen. Wel zal door de botsingen somtjjds een molekuul dat anders tegen een wand zou botsen, daarin verhinderd worden, maar evengoed zullen deeltjes door oen ontmoeting mot andere tegen een wand worden geworpen.

Zoo lang maar de molekulen zeer klein zijn in vergelijking met do tusschenruimten, gelden de afgeleide formules, al hebben er ook een zeer groot aantal ontmoetingen plaats.

Ook in een vat van willekourigen vorm wordt do druk door do veraeliiking (!l) bepaald.

s 222. Beweging van de bestanddeelen der molekulen. Dissociatieverschijnselen Terwijl het zwaartepunt van een molekuul voortvliegt (ver#. §170, (/), kunnen zich hovendien de atomen waaruit liet is samengesteld, met betrekkin# tot dat punt bewegen; het molekuul kan b.v. in zijn geheel (haaien, en de atomen kunnen kringvormige banen om hun gemeenschappelijk massamiddelpunt beschrijven, of aan weerszijden van een evenwichtsstand heen-enweergaan. Deze bewegingen zouden, al bestonden zij eerst niet, \ an zelf ontstaan door de krachten die bij een ontmoeting werken tusschen de het dichtst bij elkaar komende atomen! deze zullen snelheden ontvangen, des te aanzienlijker naarmate de botsende molekulen in hun geheel met grootere snelheid voortvliegen. Wordt de temperatuur van*het gas meer en meer verhoogd, dan zullen zich eindelijk de atomen zoo hevig bewegen, dat de krachten waardoor zij aan elkaar gebonden zijn niet meer toereikende zijn om het, molekuul in stand te houden.

De scheikundigen hebben bij gasvormige lichamen een aantal zoogenaamde dissociatieverschijnselen waargenomen, zooals b.v. de splitsing van N, ü4 in 2NOa, die van PC15' in PC13 en Cl2. In deze en dergelijke gevallen kan men niet zeggen dat voor de ontleding een bepaalde temperatuur noodig is, zoodat beneden die temperatuur geen en daar

fal

Sluiten