Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m.

4

energie; door dozo uitdrukkingen aan elkaar gelijk te stellen krijgt men een vergelijking, die met (13) vuor de bepaling van <•(■ en E dient.

Onderstelt men nl. dat de hoeveelheid gas die adiabatiseh wordt samengedrukt 1 gram bedraagt, dan is het volume vóór do adiabatische samendrukking (druk = pl, temperatuur = T)

h'T

1' i

(§ -19) en daarna ^druk /<, temperatuur = T ~

U T KT I1 Pi De volume verminden ng is dus ge woest

,') '»»

De druk die van buiten op den zuiger licel't moeten werken, is niet voortdurend dezelfde geweest, maar wanneer do verschillen p—pt en /i />2, en

dus ook do volumeveranderiogen, zeer klein zjjn, mag men hiervan afzien, en den arbeid berekenen alsof de druk steeds pl bad bedragen. De arbeid is dus het produet van (14) met pn d. w. z.

^0-g) CS)

Wat de inwendige energie betreft, moet men bedenken dut de vermeerdering daarvan door de teinperatuurverhooging bepaald wordt, en als deze I en de hoeveelheid van het gas 1 gram bedraagt, geljjkstaat mot c„ calorieën, dus met E<■„ arbeidseenheden. Bij de proef dio wij beschouwen, is do

temperatuurverhooging T T = — l), dus de vermeerdering van do

inwendige energie Ec„ ï'( ƒ 1). Door dit aan (15) gelijk to stellen vindt men

E ct=RP^Z^.

I' -Pi

Uit deze vergeljjking en (13) kunnen nu en E bepaald worden. Elimineert men de laatste grootheid, dan komt ei*

* (10)

cc /i.2 [> j

Het is (lus de verhouding eau de beide soortelijke irarmtcn, die dour de mi beschouwde proef bepaald wordt.

§ 233. Uitstrooniing van gasse». Onderstellen wij dat een gas zich bevindt in een vat, aan dc eene zijde afgesloten door een bewegelijken zuiger, waarop een standvastige uitwendige

I

Sluiten