Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

molekulaire bewegingen. Wanneer een lichaam zich in zijn geheel voortbeweegt, kunnen wij het, door er b.v. een koord aan vast te maken, een gewicht tot zekere hoogte laten optillen (§ 116). Evenzoo kunnen wij partij trekken van de kinetische energie van een waterstroom, waarin zich alle deeltjes in dezelfde richting bewegen; wy kunnen het water op de schoepen van een rad laten werken. Moeilijker zou het reeds zijn, het water arbeid te laten verrichten wanneer er tal van kleine wervelstroomen in bestonden. En volkomen onmogelijk is het, de kinetische energie van de in alle richtingen voortvliegende molekulen van een gas geheel voor mochanischen arbeid te gebruiken, daar wij de molekulen niet afzonderlijk kunnen hanteeren, en niet elk molekuul tegen een klein vlakje kunnen laten drukken, dat loodrecht op de bewegingsrichting gehouden wordt.

I)e energie van de molekulaire bewegingen is veel minder voor ons toegankelijk dan het arbeidsvermogen dat zichtbare deelen der lichamen in hun geheel hebben. Met dat al kan men er wel tot op zekere hoogte partij van trekken, en met name is dit het geval, zooals ons aanstonds zal blijken, wanneer men over lichamen van verschillende temperatuur kun beschikken.

§ 239. Omzetting van warmte in mechanisch arbeidsvermogen. Zonder in technische bijzonderheden te treden, zullen wij nu nagaan, op welke wijze bij de stoomwerktuigen en de heete-luchtmachines warmte in mechanisch arbeidsvermogen wordt omgezet.

Vooreerst verdient het opmerking dat deze „calorische machines" bestemd zijn om, zoo lang men wil, onophoudelijk arbeid te verrichten, en dat te dien einde het lichaam waarvan men zich bedient (het „werkende lichaam"), drukt tegen een in een cilinder heen- en weergaanden zuiger1), waarvan de beweging op een vliegwiel wordt overgebracht.

') Wij laten werktuigen zooals de stoomturbines van De La val , l>jj wclko een stoonistrnal met groote snolheid aan den omtrek van eon rad geplaatste schoepjes treft, buiten beschouwing.

Sluiten