Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

|fow

f/'S' - 't-

ketol bevindt zich een lichaam J), dat wij den „verdringer" zullen noemen; liet kan zich, niet eenige speling aan den omtrek, op en neer bewegen en laat dan aan de hovenof benedenzode een zekere ruimte over, die met lucht gevuld is. De verdringer heeft ten doel, terwijl hij op en neergaat, deze hoeveelheid lucht beurtelings in het verhitte of' het afgekoelde deel van ^4 te brengen en dus een hooge of lage temperatuur te doen aannemen. De daaruit voortvloeiende drukveranderingen worden gebezigd om den zuiger Z in een cilinder /i', die met den luchtketel verbonden is, te doen heen- en weergann. Men laat den zuiger naar buiten gaan, wanneer de verdringer hoog en naar binnen, wanneer hij laag geplaatst is.

De zuiger is op de gewone wijze verbonden met een as die van een vliegwiel is voorzien, en de verdringer ontvangt op de geschikte oogenblikken zijn beweging van deze as, waarmee bij door een mechanisme dat wij hier niet behoeven te beschrijven, verbonden is.

4; 241. Stoomwerktuig. Als tweede voorbeeld diene de in Fig. 212 schematisch voorgesteld^ stoommachine. C is de cilinder met den zuiger Z, P de stoomketel, Q de condensator, d. w. z. een ruimte die door omringend koud water op een lage temperatuur 7', wordt gehouden. In den stoomketel bestaat een hooge temperatuur 1\.

' C is met P en Q door de buizen

p en (j verbonden; deze kunnen naar willekeur worden geopend en gesloten.

Daar de spanning van den verzadigden waterdamp (§ 235) bij verhooging van temperatuur toeneemt, zal in P een hooge en in Q een lage dampspanning bestaan. Derhalve hebben wij, om den stoom arbeid te laten verrichten, slechts de buis p te openen, als de zuiger stijgt, en de buis q. als hij daalt; inderdaad is dan het benedenvlak van Z in die gevallen aan verschillende drukkingen onder-

Kitf. 212.

Sluiten