is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kan dit afleiden uit het volgende beginsel, dut door Cr.Arsu s (1850) tot uitgangspunt van zijn beschouwingen over de mechanische warmtetheorie (thermodynamica) werd genomen.

Het is onmogelijk dot een hoeveelheid warmte run een lichaam van lagere naar een lichaam van hooi/ere, temperatuur overgaat, zonder dat gelijktijdig nog andere veranderingen plaats hebben.

Ziehier, hoe men uit dit beginsel de bovengenoemde stelling afleidt.

Stel dat bij twee kringloopen van Carnot met de temperaturen 7', en T2 het nuttig effect verschillende waarden »», en m2 heeft. Dan zal ook het getal n (§ 248) verschillende waarden nl en n2 hebben. Stel »2 > nt. Laat dan in een calorische machine de eerste kringloop in de eerste richting en in een tweede werktuig de tweede kringloop in de tweede richting plaats hebben; laat de beide werktuigen een gemeenschappelijk vliegwiel hebben en van dezelfde warmtereservoirs h\ en li2 voorzien zijn. Het arbeidsvermogen van het vliegwiel wordt dan door het eerste werktuig vergroot, en door het andere verkleind. AVij kunnen de hoeveelheden van de werkende lichamen zoo kiezen dat de eene machine evenveel arbeid verricht als voor de beweging van de andere vereischt is; dan kan het eene werktuig juist het andere drijven, en alles te zamen genomen wordt noch warmte in mechanisch arbeidsvermogen omgezet, noch omgekeerd.

Stel dat in de eerste machine a calorieën, aan Ux ontleend,

worden verbruikt; dan brengt de tweede evenveel warmte in dit reservoir terug. Maar bjj den eersten kringloop gaan bovendien n j a calorieën van A', naar 112, en bij den tweeden n2a calorieën van R2 naar /i, over. Daar i\2 > w, is, zou ten slotte een zekere hoeveelheid warmte, nl. («, — n.) a calorieën, van het koude naar het warme reservoir zijn overgegaan, wat tegen hot grondbeginsel van Ci.ausius strijdt.

Door een dergelijke redeneering, waarbij men echter den eersten kringloop in de tweede en den anderen in dc eerste richting moet doen plaats hebben, bewijst men dat n2 niet kleiner dan nt kan zijn. Derhalve moet n1 = n2 , en dus ook mx = m2 zijn.

Men kan nu uit de eigenschappen van de gassen afleiden dat bij