Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen zijn, onderworpen is geweest, na het opheffen danrvan wel is waar tot den evenwichtstoestand terugkeert, uiaar dit niet oogenblikkeljjk doet. Ofschoon het grootste gedeelte van do vormverandering in korten tijd verdwjjnt, heeft een volledige terugkeer tot den evenwichtstoestand eerst na een langer tijdsverloop, soms na vele uren, plaats. Bjj instrumenten in welke een lichaam aan een dunnen draad is opgehangen, bemerkt men menigmaal do nawerking van de wringing.

Men kan zich van het verschijnsel eenigszins rekenschap geven door aan te nemen dat zich tegen de bewegingen die de molekulen bjj den terugkeer tot den evenwichtsstand moeten uitvoeren een of andere inwendige weerstand verzet. Met deze opvatting is ook in overeenstemming dat een uitwendige kracht niet aanstonds nadat /.ij op het lichaam begint te werken, daaraan de volle vormverandering geeft. Na een eerste oogenblikkeljjke deformatie ontstaat nog een verdere vormverandering die een langoren tijd vereiseht.

Hij thermometers neemt men een verschijnsel waar, dat met de nawerking van do veerkracht in nauw verband staat. Bepaalt men nl. onmiddellijk na do vervaardiging van den thermometer de beide vaste punten en herhaalt men dit na geruimen tjjd, dan blijkt het dat die punten iets hoogor, — b.v. eenige tienden van een graad of zelfs meer dan een graad —• op do schaal zjjn gekomen. Dit is een gevolg hiervan, dat de therinometerbol, die bjj het blazen een hooge temperatuur heeft gehad, na de eerste samentrekking bjj het afkoelen, nog een langzaam voortgaande contractie ondergaat. Zelfs kan men opmerken dat, onmiddellijk nadat de thermometer zich in damp van kokend water heeft bevonden, het vriespunt niet geheel denzelfden stand heeft als voor de verwarming. Dit is een van de redenen die het moeilijk maken, een temperatuur tot op 0 ,1 nauwkeurig te meten. Natuurlijk kan men kleine frinpertittinrrerxcliillen, b.v. die, welke bjj ealorimetrische proeven voorkomen, veel gemakkeijjker, zelfs met grootere nauwkeurigheid, bepalen.

I)e „thermische" nawerking, zooals men het laatst besproken verschijnsel kan noemen, is niet bjj alle glassoorten dezelfde. Bjjzonder klein is zjj bjj het zoogenaamde .lena-normaalglas, dat in den laatsten tjjd veel voor de vervaardiging van thermometers gebruikt wordt.

p6

Sluiten