Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

k

zijn oneindig weinig van elkaar verschillend; wij zullen hun verschil door (1T voorstellen en onder <1 p do daaraan beantwoordende verandering van den druk verstaan. Do arbeid wordt dan

W = d ji d v.

Is E het mechanisch warmteaequivalent, dan is dus de in mechanisch arbeidsvermogen omgezotto hoeveelheid warmte

dpd>- (4)

Aan den andoren kant kunnen wij een uitdrukking voor opstellen. Daartoe berekenen wij hoeveel water er verdampt bjj de door A li voorgestelde uitzetting. Stel dat 1 gram verzadigde waterdamp bij do dan bestaande temperatuur het volume r2, en 1 gram water het volume inneemt, dan zou, wanneer 1 gram verdampt, het volume met r2 — toenemen. Het is echter met d r toegenomen en er ia dus

dv

gram

V2 — f'j

water verdampt. Noemen wij nu r de verdamping»*wft,,nite, dun wordt

^ r dv ...

(?x = . 0>)

2 1

I)e verhouding van (4) en (5) is het nuttig effect. Aan den anderon kant kan men dit, als men J\ 1\ door drT en rJ\ door T vervangt, voorstellen door

d T T'

Men I coint aldus tot do boven meegedeelde betrekking (3).

§ 277. Verband tusschen liet smeltpunt <'» den druk. Hot

evenwicht tusschen een vast lichaam en de vloeistof die daaruit door smelting ontstaat, heeft veel overeenkomst met dat tusschen een vloeistof en een damp. Is het stelsel aan een gegeven druk p blootgesteld, dan kunnen de twee phasen alleen bij een bepaalde temperatuur 7', die men het vriespunt of .smeltpunt noemt, naast elkaar bestaan. Voor water en ijs onder den druk van één atmospheer is deze „evenwichtstemperatuur" 0°; dit is dus de temperatuur van smeltend of vochtig ijs.

Wanneer men het stelsel aan een hoogeren druk blootstelt, wordt het smeltpunt verhoogd of verlaagd; hoe het hiermee gesteld is, is gebleken met de verandering van het volume bij de smelting in verband te staan. Vele stoffen zetten zich bij de smelting uit, en deze smelten onder vergrooten druk eerst bij een hoogere temperatuur.

29

Sluiten