Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s, _ 0,00129 X 0,62 p 76(1+«0 '

dus, daar S = 13,6 is,

p'=p(l —1LX 10-8 JA

1 \ 1 +at ' r)-

Voor 100° is p — 76, dus

p' = 76 - 6 X 10~6

r

I)< formule geldt nu voor elk hol bolvormig oppervlak, mits men voor r den straal daarvan neemt, die in het geval van 'ig. met den straal van do buis overeenstemt. De overeenkomstige formule voor een bol oppervlak krijgt men door het toeken van den laatsten term om te keeren.

§ 290. Oververzadigde dampen. Toen wij in § 235 een definitie van de spanning van den verzadigden damp, of het maximum van spanning (§ 272) gaven, onderstelden wij stilzwijgen! dat het oppervlak van de vloeistof plat of weinig gekromd Tn dit geval bedraagt bij 100° C. het maximum van spanning van waterdamp 76 cm kwik. Verbeelden wij ons nu dat men waterdamp van 100° nog iets verder dan tot die spanning iieeft samengedrukt, dat b.v. de druk 76,1 cm bedraagt, en nemen v ij aan dat door een of andere oorzaak in dien damp een waterbolletje van b.v. 0,00001 cm straal gevormd was. Blijkens het bovenstaande zou de evenwichtsspanning aan het oppervlak van bollctJe be(1™g™ 76,6 cm, en daar dit meer is dan de spanning die de damp werkelijk heeft, zal het bolletje verdampen.

og kleinere bolletjes zouden dit eveneens doen. Het is echter duidelijk dat, als zulke kleine druppeltjes aanstonds weer zouden verdampen, zij niet zullen ontstaan. Derhalve zal de vorming van druppeltjes, d. w. g. van een nevel, niet plaats hebben, al 'is

de druk van den waterdamp boven het gewone maximum van spanning.

Wel wordt de damp onder deze omstandigheden gecondenseerd als hij mot een plat of weinig gebogen watervlak, dus >.y. mot een natte glasplaat, in aanraking is. Eveneens kan hij zich op een droge plaat verdichten, daarin geholpen door de aantrekkende krachten die van het glas uitgaan. Ook kleine in den

Sluiten