Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

damp zwevende stofjes, en andere deeltjes, waarover wij naderhand zullen spreken, kunnen de kernen van een condensatie worden. Men heeft aangetoond dat de damp zich niet tot een nevel verdicht als de lucht vrij is van zulke kernen. W ij vermelden hierbij dat, als men de lucht door een prop watten laat stroomen, het stof daardoor wordt teruggehouden.

Ken damp die een grootere spanning heeft dan het gewone maximum, wordt wel eens oververzadigd genoemd, zoodat men dan van onverzadigden, verzadigden en oververzadigden damp spreekt. Men meene evenwel niet dat er in het wezen van den ovenerzadigden damp iets bijzonders is, waardoor hij zich van den verzadigden of nog meer verdunden onderscheidt. Een verschil tusschen deze gevallen wordt eerst waargenomen als de damp met vloeistof in aanraking komt.

§ 291. Vertraging van liet koken. Uit dun invloed ran de kromming op de dampspanning kan men verder afleiden dat, evenals druppels in een dampmassa, ook dumpbellen in een vloeistof moeilijk gevormd zullen worden. Stel b.v. dat wij water dat aan een druk van 7(5 cm is blootgesteld, tot 101° hebben verhit. De evenwichtsspanning in het geval van een plat oppervlak zou dan 78,8 cm zjjn. Maar in het binnenste van een dampbelletje waarvan de straal minder dan 2 X 10 "6 cm bedraagt, zou de even wichtsspanning minder dan 76 cm zijn. Da.-.r de damp door den uitwendigen druk echter tot de spanning van 76 cm wordt samengeperst, zou hij zich tegen den wand van het belletje verdichten. Ook kleinere belletjes zouden, zoodra zij er waren, weer verdwijnen, en zullen dus klaarblijkelijk niet ontstaan.

Wel kunnen danipbellen gevormd worden aan de wanden van het vat, aan een in het water gelegden metaaldraad, of aan stofdeeltjes die in het water zweven; ook in luchtbellen, die dooide ontwijking van opgeloste lucht ontstaan, kan het water verdampen. Zijn echter dergelijke gunstige omstandigheden niet aanwezig, dan kan men de vloeistof, zonder dat zij kookt, vrij wat boven het gewone kookpunt verhitten tot dat eindelijk onder hevig stooten de danipbellen gevormd worden.

§ 292. Eerste verschijning van een nieuwe phase. Eenige andere gevallen vertoonen met de zoo even besprokene veel overeenkomst. Water kan b.v. zeer goed eenige graden beneden 0°

Sluiten