Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

selen te bestudeeren, die daarmee samenhangen. Als voorbeeld daarvan noemen wij liier de diffusie. Is een oplossing op de eene plaats meer geconcentreerd dan op de andere, dan zal de moleknlaire beweging dit verschil doen verdwijnen; zelfs zon dit zeer snel gebeuren, als niet de molekulen van de opgeloste stof telkens door een watermolekuul werden tegengehouden. I)e snelheid der diffusie hangt ai' van de molekulaire snelheden en de lengte van den weg dien een molekuul doorloopen kan vóór het tegen een waterdeeltje botst (verg. § 224); uit de waarnemingen kan men omtrent die lengte een schatting afleiden, die in bevredigende overeenstemming is niet hetgeen wij omtrent de grootte en den afstand van de molekulen weten (§ 282).

^ 2!)f. Isotonische oplossingen. Twee oplossingen van verschillende stoffen die, bij gelijke temperatuur, denzelfden osmotischen druk hebben, worden isotonisch genoemd; volgens de wet van van r Hokf bevatten zjj, nis zij genoegzaam verdund zijn, in geljjke volumina evenveel molekulen van de opgeloste stuffen.

Om deze gevolgtrekking op de proef te stellen is het niet noodig, werkeljjk osmotische drukkingen te nieten; men kan zich van een eenvoudiger hulpmiddel bedienen.

Wanneer, gescheiden door een halfdoordringbarén wand, een oplossing van een stof A iii evenwicht is met zuiver water, ontstaat aan de zijde van A een hoogere druk dan in het water. Lossen wij nu in dit laatste een zeer kleine hoeveelheid van een tweede stof li op, dan kan natuurlijk niet aanstonds het geheele drukverschil verdwijnen; het moet dus nog bestaan wanneer tegenover een oplossing van A een veel meer verdunde van li staat. Een drukverschil in omgekeerde rich-

Fier. 234

„..1 .1 j i i> J- ' •

mig /.mi ui y.i;11 , ;ii* ui' oplossing van ƒ> <ue

van A zeer in sterkte overtreft. Zoo wordt het begrijpelijk dut er oplossingen run A en li gevonden kunnen worden, van zoo/Innige sterkte, dat zij tegenover elhuir in eventrie.lit kunnen zijn, zonder dat er een drukverschil l>estnat. Dergelijke oplossingen nu zijn isotonisrli. Om dit in te zien verbeelden wij ons

een vat (Fig. 2.'54) dat door de halfdoordringbare tusschenschotten /', (J en H in drie afdeelingen verdeeld is. In C bevindt zich

Sluiten