Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

do opgeloste stof bevat. Dan beeft men voor de verlaging vun het vriespunt gevonden

T2 r

#=1,97 c (15)

r

waarin T liet vriespunt van liet zuivere oplossingsmiddel is (absolute temperatuur), r liet volume in cm3 van 1 gram van liet oplossingsmiddel, en de smeltingswarmte in calorieën voor 1 gram.

Voor water is e = 1, r = 79. Heeft men verder met een verdunde oplossing te doen, die op 100 gram water, dus in 100 cm3 c' grani-molekuul van de opgeloste stof bevat, dan is e = 0,01c', en dus volgens (15)

#=18,5 <■'.

I)en coëfficiënt 18,5 noemt inen do iiatlelulairr rrirspiintsrer/agimi.

Het verdient vooral opmerking dat blijkens de meegedeelde formule de priexpuntsverlaging alleen van het aantal molekulen ran de opgeloste "tof af hangt, en dat das isotoninche oplossingen hetzelfde r nes punt hebben. Hoe men, door de vriespuntsverlaging te nieten, niet behulp van (15) e kan leeren kennen en dus, als men de concentratie kent, het niolektilairge.wirht ran de opgeloste stof hm bepalen, zal duidelijk zjjn.

Ook voor andere oplossingsmiddelen dan water geldt de formule (15). Door een opgeloste stof wordt altijd het smeltpunt verlaagd, onverschillig of het oplossingsmiddel zich bij het vastw'ordon samentrekt of uitzet.

Zij (Fig. 2."{6) li een ringvormige buis van overal gelijko doorsnede, die

met zjjn vlak verticaal staat, en waarin zich hij A een halfdoordringbaar tussohenschot en van B tot C een stuk ijs bevindt. De ruimte tusschen A en B zij met een oplossing, die tussohen A en C met zuiver water gevuld. Terwijl wij aannemen dat het tusschenschot aan den wand van do buis is bevestigd, onderstellen wij dat hot stuk ijs zich bewegen kan. Dit wordt niet belet door do aanwezigheid van de vloeistof in het overige deel van do buis; immers het tusschenschot A kan het water doorlaten. Wij houden nu dit stelsel

op do standvastige temperatuur T (natuurlijk in de nabijheid van het gewone

Fig. 236.

Sluiten