Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verbranding onderhoudt, terwijl deelen der lucht een gas is, dat zulks niet doet.

II. Ontledingsverschijnselen. Verhitten wij kwikoxyde (een rood poeder) in een huis van moeilijk smeltbaar glas, die aan de eene zijde is dic'htgesmolten en aan de andere zijde gesloten is door een kurk, waarin een buisje steekt met nauwe opening, dan zien wij. dat na eenigen tijd hieruit een gas stroomt, dat wij boven water zouden kunnen opvangen en waarin een glimmende houtspaander weer ontvlamt. Dit gas onderhoudt dus zeer levendig de verbranding, is hot bovengenoemde 1 - deel der lucht en heet zuurstof. Tevens zien wij in de buis, waarin het kwikoxyde verhit werd, een aanslag van kwik ontstaan. Kwikoxyde is dus een samengestelde stof, bestaande uit kwik en zuurstof. Deze beide stoffen kunnen wij nut al de tegenwoordige hulpmiddelen der wetenschap niet in nog eenvoudiger stoffen ontleden. Zij heeten elementen. Er zijn ruim 70 elementen bekend. Deze worden verdeeld in metalen en niet-metalen of metalloïden.

III. Verplaatsing»- of substitutie-verschijnselen. Komt bij een verbinding AC een stol' K, die meer affiniteit tot C bezit dan A, dan zal het lichaam B(' ontstaan en A vrij worden.

Bijv. zink in zwavelzuur (Zn H., 80,) geeft zinksulfaat en waterstol'. ZnSÜ, + H.,: <>t' zink in azijnzuurlood geeft azijnzuurzink en (loodboom of boom van Saturnus) in fraaie kristallen, enz.

Bij al deze verschijnselen valt te bedenken, dat bij hooge temperatuur zooveel mogelijk vluchtige of gasvormige, en dat in oplossing zooveel mogelijk onoplosbare stoffen ontstaan.

De elementen duidt men aan door de eerste of do eerste en één der volgende letters van hun wetenschappelijken naam; de eerste letter van dit symbool is oen hoofdletter, do tweede een kleine letter. Voorbeelden: zink (zincuni) Zn: zuurstof (oxygenium) O.

Een verzameling van deze symbolen, welke een verbinding voorstollen. noemt men do formule dier verbinding. Bijv. zwavelzuur =

H.,SOj.

Elk symbool beteekent tevens een bepaalde hoeveelheid van liet element, een hoeveelheid, die zooals we weldra zullen zien, atoomgewicht heet. De volgende vergelijking drukt bijv. uit, dat 50 Gr. ijzer 03,6 Gr koper in verbinding niet 80, vervangen

Fe + CuSO, = Cu + FeSO,.

\ ele elementen verbinden zich in meer dan ééne verhouding niet elkaar, maar dan bestaat er steeds een eenvoudige verhouding tusschen de hoeveelheden van liet eene element, die zich met dezelfde hoeveelheid van het andere element verbinden. Dit is de wet der multiple proporties (veelvoudige verhoudingen) van Dalton (1 (SOS). Bijv. 12 Gram koolstof kan zich met 10 Gram zuurstof verbinden tot CO (kooloxyde), maar ook met 32 Gram zuurstof tot CO, (kooldioxyde). Meer voorbeelden dezer wet behandelen wij later.

I*

Sluiten