Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgebeelde proef. A is een poreuze pot, omgeven door een bekerglas, geplaatst door middel \an een buis op de eene opening 'Je'" flesch B, terwijl de andere opening daarvan een kort buisje draagt, dat onder liet water in de flesch uitmondt. Komt nu een snelle stroom waterstof in 't bekerglas, dan zal dit gas sneller in den pot A komen door de diffusie, dan dat de lucht zich er uit verwijderen kan; dientengevolge ontstaat in B een hoogere luchtdruk en zal het water door het kleine buisje uitgedreven worden. Neemt men het bekerglas C weer weg, dan verwijdert zich de waterstof zoo snel, dat het daardoor ontstane luchtledig een luchttoevoer veroorzaakt van buiten naar binnen door het kleine buisje D.

< »m waterstof uit water te bereiden ontleedt men het door een electrischen stroom of men brengt er een metaal hii d.->t inpoi'

attiniteit tot zuurstof bezit dan de waterstof. Voor deze metalen neemt men kalium of natrium. Werpt men een stukje kalium opliet ",a er' ,d?n "s JHwerking zoo heftig, dat de vrijwordende waterVI i'"fN '*!"• ' •! natrium zal dit alleen gebeuren, zoo men zorgt dat het natrium sti blijft liggen, door t op een stukje filtreerpapier e leggen. Bij t kalium is de vlam violet, bij 't natrium geel gekleurd door de dampen dezer metalen.

Door de inwerking van kalium of natrium op water, wordt de

i ' ei' waterstof door het metaal vervangen; dit wordt uitgedrukt dooi de volgende vergelijking:

H»0 + K = K<)H -f H.

Lr ontstaat dus waterstof en kaliuni-hydroxyde (bijtende potasch), dat 111 het overige water oplost en dan rood lakmoes blauw kleurt.

iaat men op dit KOH nog eens kalium inwerken, dan ontstaat

ecu» waiersioi en

Andere metalen, zooals zink en ijzer, ontleden water bi) gloeihitte.

-Meestal echter bereidt men de waterstof door metalen (zooals zink, ijzer enz.) te behandelen met verdunde zuren zooals verdund zwavelzuur, H,SO,. of verdund zoutzuur,'

Dlt geschiedt 111 den regel in een zoogenaamd

constant apparaat.

Dat waterstof zelf .brandbaar is, toont men aan door in een omgekeerden cylinder, gevuld met waterstot, een brandende kaars te steken: de waterstof begint te branden, maar de kaars gaat uit. Aan de bran-

Sluiten