Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B. Metalen.

Het verschil tusschen metalen en niet-metalen uit scheikundig oogpunt bestaat vooral in 't verschillend gedrag der oxyden, zooals reeds gezegd is.

Physisch onderscheiden zich de metalen van de overige elementen door hun grooteren glans, betrekkelijk groot soortelijk gewicht, goed geleidingsvermogen voor electriciteit, enz. Wat volgens deze eigenschappen echter tot de metalen zou behooren, zooals arsenikum en antimonium, wordt volgens de scheikundige eigenschappen tot de niet-metalen gerekend.

Metalen, wier soortelijk gewicht grooter is dan <>, lieeten zware metalen, de andere heeten lichte en zijn eerst in de 19e eeuw ontdekt.

Wetten van Dulong en Petit, en van Mitscherlich. Dissociatie.

Met behulp van de theorie van Avogadro is aangetoond, dat het moleculair-gewicht eener verbinding gelijk is aan 2-maal het soortelijk gewicht in dampvorm. Thans willen wij nog eenige redenen meedeelen, waarom men aanneemt, dat een molecule waterstof 2 atomen bevat.

Zooals bekend is, verbinden zich 1 c.M.:! waterstof met 1 c.M.' chloor tot 2 c.M.:' chloorwaterstof of

1 volumen 11 1 volumen Cl = 2 volumen chloorwaterstof; dus ook: 1 mol. H+lmol. Cl : 2 moleculen chloorwaterstof.

Een mol. waterstof bevat dus evenveel atomen H als 2 moleculen chloorwaterstof, dat is dus minstens 2, maar 't kan ook 4, <>, enz. zijn.

Verder: 2 vol. H + 1 vol. O = 2 vol. waterdamp of 2 mol. H + 1 mol. 0 = 2 mol. waterdamp of 1 mol. H + 1 o mol. ü = 1 mol. waterdamp.

In 1 mol. waterstof zitten dus evenveel atomen H als in 1 molecule water. Daar nu de waterstof door 't metaal natrium of kalium in twee gelijke deelen gesplitst wordt, moet dit aantal waterstof-atomen even zijn.

Daar nu geen enkele reden bestaat om het aantal waterstofatomen in de watermolecule grooter dan twee aan te nemen, stellen wij dit gelijk 2 en derhalve wordt ook een molecule waterstof ~ H,.

Voor stoffen, die niet in dampvorm gebracht kunnen worden, helpt de formule M 2 X S. G. niet veel. Daarvoor kan men gebruik maken van de vriespuntsverlaging en de kookpuntsverhooging ter be-

3*

Sluiten