Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijn beengaan. Een voorbeeld daarvan ziet men in Fig. 13, waar

.tili de kromme lijn raakt, ofschoon deze zich ter weerszijden van P aan verschillende kanten van R R' bevindt. Dit hangt hiermede samen, dat de kromme lijn aan de eene zijde van P den bollen, en aan de andere zijde den hollen kant naar O X keert. Een punt zooals P wordt een buigpunt genoemd.

Eene lijn die in het raakpunt loodrecht

op de raaklijn of, zooals men ook zegt, op de kromme lijn getrokken wordt, noemt men eene normaal.

% 13. Maat voor (le kromming. Laat een punt zich langs eene kromme lijn verplaatsen, en laat in dat punt voortdurend eene raaklijn worden getrokken, steeds naar die zijde naar welke

de beweging gericht is. De hoek over welken die raaklijn dan draait, is als de maat te beschouwen voor de richting ^verandering langs het deel der kromme lijn dat door het bewegelijke punt doorloopen wordt, of, zooals men ook zegt, voor de kromining van dat deel.

Zoo worden in Fig. 14 de krommingen der cirkelbogen P P' en P P" voorgesteld door de hoeken Q P' R' en P R zijn nl. raaklijnen en P' O pm

v j — -1,

Q P R . P R, PR en P R' zijn nl. raaklijnen en P' Q en P Q zijn evenwijdig aan P R getrokken. Gelijke bogen van eenzelfden cirkel hebben klaarblijkelijk dezelfde kromming, maar neemt men twee even lange bogen op verschillende cirkels, dan ziet men gemakkelijk dat de richtingsverandering het grootst is langs den boog die tot den kleinsten cirkel behoort. Van daar dat men zegt dat een kleine cirkel sterker gekromd is dan een groot e.

Van de kromming die eene willekeurige kromme lijn op eene bepaalde plaats heeft, krijgt men een denkbeeld door een stukje der lijn, op die plaats liggende en zeer klein in vergelijking

Sluiten