Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

punt P te beoordeelen, trekken wij door dit punt de normaal en brengen door die lijn een aantal platte vlakken. Vervolgens gaan wij na hoe sterk de lijnen volgens welke die vlakken het oppervlak snijden, de zoogenaamde normale doorsneden, in P gekromd zijn.

Alleen bij een bol is de kromming van alle door een willekeurig punt gebrachte normale doorsneden even groot, bij andere oppervlakken is in den regel de eene doorsnede meer gekromd dan de andere. Men kan bewijzen dat de vlakken der twee doorsneden die het sterkst en het zwakst gekromd zijn, loodrecht op elkander staan. De kromtestralen dezer doorsneden worden de hoofdkromtestralen van het oppervlak in het beschouwde punt genoemd.

Bij een cilinder- en een kegelvlak is de kleinste kromming 0; eene der normale doorsneden valt nl. met eene beschrijvende lijn samen.

Het verdient nog opmerking dat men bij vele oppervlakken, als men zich op eene normaal, op zekeren afstand van het oppervlak plaatst, van alle normale doorsneden in het voetpunt der normaal de bolle zijde, of van alle de holle zijde naar zich toegekeerd ziet. Dit is echter niet altijd het geval. Als men b.v. een zadel van boven beschouwt, ziet men tegen de bolle zijde van sommige normale doorsneden en tegen de holle zijde van andere. Iets dergelijks komt voor bij het oppervlak dat ontstaat door de wenteling der hyperbool van Fig. 19 om de lijn O Y.

§ 27. Samenstelling van vectoren. Terwijl sommige grootheden die in de natuurkunde ter sprake komen, geheel bepaald zijn, zoodra men hunne grootte kent, moet bij andere niet alleen de grootte, maar ook de richting worden opgegeven. Snelheden en krachten zijn grootheden van dien aard; in het algemeen zullen wij ze vectoren noemen. Een vector kan altijd worden voorgesteld door eene rechte lijn, die de richting van den vector heeft en waarvan de lengte op de in § 9 aangegeven wijze de grootte van den vector doet kennen. Zulk eene lijn kan ook zelf een vector genoemd worden, en men heeft dan ook, als men van een vector spreekt, dikwijls de lijn die hem voorstelt op het oog.

Sluiten