Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 09.

lichaam de grootste hoogte heeft bereikt. Wij onderstellen dat het dan in O is. De projectie van het lichaam op OA

heeft dezelfde beweging als een verticaal opgeworpen en dan weer dalend • lichaam; a, b, c zijn de plaatsen waar zij zich bevindt op de oogenblikken waarop de verticale lijn de verschillende in de figuur aangegeven standen heeft (verg. Fig. 42, p. 67). Op een wijze die geen toelichting behoeft, zijn nu in de figuur de plaatsen in de ruimte

bepaald, die het lichaam achtereenvolgens inneemt; de kromme lijn die door al die plaatsen gaat, de werkelijke baan van het lichaam, is een parabool.

Een bal die door den proefnemer in het vaartuig schijnbaar verticaal omhoog wordt geworpen, verlaat in werkelijkheid de hand met een snelheid, die men krijgt door de snelheid die de proefnemer er in verticale richting aan gaf, samen te stellen met de horizontale snelheid van het vaartuig. Na de hand verlaten te hebben, is de bal geheel vrij; dezelfde beweging die hij nu krijgt, moet hij dus ook hebben, wanneer hij op andere wijze een snelheid in schuine richting heeft gekregen, wanneer b.v. een stilstaande proefnemer hem in die richting heeft opgeworpen.

Elk in willekeurige richting voortgeicorpen lichaam beschrijft dus een parabool. Be beiceging der horizontale projectie is gelijkmatig en die der verticale projectie komt overeen met de beweging van een lichaam dat in verticale richting wordt opgeworpen.

Laat (Fig. 70) van uit het punt O een lichaam met de beginsnelheid O a = v0 worden opgeworpen, in een richting die met een horizontaal vlak een hoek x vormt. Ontbindt men vn in een horizontale com-

uien vn

ponent Oj> = v0 cos x en een verticale O q — v0 sia x, dan is de

Sluiten