Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerste de snelheid van de gelijkmatige beweging die het lichaam in horizontale richting heeft, terwijl de beweging in verticale richting dezelfde is als die van een voorwerp dat met de beginsnelheid O q verticaal opstijgt. Hieruit kunnen alle bijzonderheden van de beweging langs de parabool O A B worden afgeleid.

Een met de snelheid v0 sin x opstijgend lichaam bereikt (§ 64) een hoogte

i»0s sin2 x 29 ''

zoo lang is dus de loodlijn A C, uit het hoogste punt der parabool op de horizontale lijn O B neergelaten. De duur van het opstijgen is (§ 64)

v0 sin x

ff

en de in dien tijd in horizontale richting afgelegde weg

„ ~ t>n sin x t'n® sin x cos x

O C = . vn cos x = —

ff ff

Het dalen langs A B duurt even lang als het stijgen langs O A; daaruit volgt

O B = 2 O C = "o8sm2l ff

Gevolgen van deze formule. Wordt een lichaam telkens mei dezelfde snelheid opgeworpen, eerst in een richting die een hoek x met 015 vormt, en vervolgens in een richting die een hoek (J0° — x met die lijn maakt, dan wordt in beide gevallen een zelfde afstand O 15 bereikt. Die afstand is het grootst wanneer x = 45° is.

§ 71. Verandering der snelheid bij de parabolische beweging. De snelheid van het lichaam dat de parabool doorloopt kan op elk oogenblik ontbonden worden in een horizontale en een verticale component. Terwijl de eerste onveranderd blijft, wordt bij de laatste gedurende elke seconde een snelheid g, verticaal naar beneden, gevoegd.

Om de veranderingen der snelheid goed te overzien kan men in een hulpfiguur (Fig. 71), altijd uit hetzelfde punt, de vectoren trekken, die de snelheid van het lichaam op verschillende oogenblikken voorstellen.

Sluiten