is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor een willekeurige beweging in de ruimte kan men de versnelling definieeren zooals wij het hier deden. Dat overigens deze bepaling ten gevolge heeft, dat bij een kromlijnige beweging het woord „versnelling" in een oneigenlijken zin gebruikt wordt, zal duidelijk zijn. Bij dat woord moet men nu niet meer altijd aan een toenemen van de grootte der snelheid denken.

§ 73. Componenten der versnelling. Onderstellen wij dat de lijn L L waarvan in de vorige § sprake was, in een plat vlak ligt. ^ ij kunnen dan twee onderling loodrechte coördinaatassen O X en O \ aannemen, en zoowel het beschouwde stoffelijke punt als de vectoren die de verschillende snelheden voorstellen, daarop projecteeren. Wij weten reeds dat op elk oogenblik de projectie der snelheid op O X overeenstemt met de snelheid waarmede zich de projectie van het punt op die as beweegt. Deze laatste snelheid is dus op de beschouwde oogenblikken pa en qb\ daar men voor pa ook qc mag stellen, wordt de aangroeiing der snelheid door c h, en dus ook door q d, de projectie van Q D, voorgesteld. Daaruit vindt men gemakkelijk dat de gemiddelde versnelling der projectie in den tijd t, die

de richting van q d en de grootte — heeft, de projectie der

gemiddelde versnelling van het langs de kromme lijn gaande punt is. Dezelfde betrekking moet dus ook tusschen de limieten dezer gemiddelde versnellingen, d. w. z. tusschen de versnellingen op een bepaald oogenblik, bestaan. Wordt deze versnelling voor het eene punt door P H aangegeven, dan wordt zij voor het andere door p h voorgesteld.

Hieruit volgt nu eindelijk dat wanneer men den vector T H in de componenten P K en P N, evenwijdig aan de coördinaatassen ontbindt, deze de versnellingen der projectiën van het beschouwde punt voorstellen.

In overeenstemming met de spreekwijze dat het lichaam de bewegingen in de richtingen van O X en O Y teg'elijk uitvoert, zeggen wij ook dat het de versnellingen P K en P N tegelijk heeft.

In het algemeen, wanneer men zegt dat een lichaam twee of meer versnellingen tegelijk heeft, bedoelt men daarmede dat men