Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

snelling volgens de eerste wet (§ 84) K. En volgens de tweede wet (§ 85) wordt de versnelling

K /I A \

q= —, (14)

m

als de kracht op de massa m werkt.

In woorden uitgedrukt : het getal dat de versnelling voorstelt, is gelijk aan het quotiënt van de getallen die de kracht en de massa aangeven. Of, met een bekorting die wij in dergelijke gevallen dikwijls zullen bezigen: om de versnelling te krijgen, moet men de kracht door de massa deelen.

De formule (14) kan ook geschreven worden in den vorm

K = qm.

Past men nu deze betrekking toe op een vallend lichaam, dan wordt K het gewicht van het lichaam, dat wij P zullen noemen, terwijl q de vroeger besproken versnelling g wordt. Tusschen de getalwaarden van het gewicht en de massa hebben wij dus de betrekking

P = gm (15)

Wanneer tusschen de eenheden van kracht en massa het boven aangegeven verband bestaat, zullen wij zeggen dat die eenheden „bij elkaar passen". Dit is nog op verschillende wijzen mogelijk, b.v. aldus:

a. Tijdseenheid de seconde, lengte-eenheid de meter, eenheid van kracht het gewicht van een kilogram. De eenheid van massa is nu niet de hoeveelheid stof in een kilogram, want als men dit laat vallen, ziet men dat de eenheid van kracht er niet een versnelling 1, maar een versnelling g (9,81) aan geeft. Als een kracht, gelijk aan het gewicht van een kilogram, werkte op een massa, g maal zoo groot als die van een kilogram , zou een versnelling == 1 ontstaan; de laatstgenoemde hoeveelheid stof moet dus als massa-eenheid worden gebezigd. Dit blijkt ook uit de formule (15), daar P — g moet zijn, als m = 1 zal worden.

b. Eenheden van tijd en lengte als boven, massa eenheid | de massa van een kilogram. Door een eenvoudige redeneering

Sluiten