Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn als er, zooals in Fig. 84, een kracht F op werkt in een

door het vlak wordt uitgeoefend.

Een lichaam dat op een volkomen glad oppervlak rust, stelt zich in beweging, zoodra er do minste kracht langs 'toppervlak op werkt. Derhalve:

Be door een volkomen glad oppervlak uitgeoefende tegenstand is volgens de normaal gericht.

Houdt men dit in het oog, dan zal het geen moeite kosten, het paiallelogram van krachten te vinden, waardoor de evenwichtsvoorwaarde tusschen de drie bovengenoemde krachten woidt uitgedrukt. In Fig. 84 heeft men MQ ontbonden in M T, loodrecht op A B, en M U, tegengesteld aan de kracht F.

c. Evenwicht op een willekeurig volkomen glad oppervlak.

De evenwichtsvoorwaarde voor een op zulk een oppervlak

geplaatst lichaam kan men in het algemeen uitdrukken door te zeggen dat de resultante van alle krachten die erop werken, met uitzondering van den tegenstand van het oppervlak, volgens de normaal en naar het oppervlak toe gericht moet zijn. Dan kan zij nl. door den tegenstand worden opgeheven.

d. Beweging langs een hellend vlak. Werkt op het lichaam M van Fig. 83 geen andere kracht dan de zwaartekracht en de tegenstand van het vlak, dan gaat het langs A B naar beneden, terwijl het ook kan opstijgen als het eenmaal een snelheid langs B A heeft. Deze bewegingen hebben plaats onder den invloed van een kracht M S (Fig. 83), die standvastig blijft, want, in welk punt van A B het lichaam zich ook bevindt, steeds kan een parallelogram van krachten ge-

Fig. 84.

van BA afwijkende richting; een dergelijk geval doet zich voor als 't lichaam aan een koord, dat niet evenwijdig aan B A loopt, is bevestigd. Om nu de evenwichtsvoorwaarde op te maken moet men bedenken dat op het lichaam drie krachten werken, nl. de zwaartekracht, de kracht F (of de spanning van het koord), en de kracht die

Sluiten