Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar gelang van de massa's der lichamen en van de afstanden tot het middelpunt, verschillende verschijnselen voordoen. Het kan gebeuren dat het koord, wegens zijn uitrekking, op zeker oogenblik een spanning heeft gekregen, voldoende om het eerste lichaam in een cirkel te doen loopen, maar nog niet toereikend om dezelfde uitwerking bij het tweede lichaam te hebben. Dan zal dit laatste zich nog van het middelpunt verwijderen, en daarbij het eerste meesleepen over het middelpunt heen, zoodat ten slotte beide lichamen naar die zijde gaan, waar het tweede geplaatst was.

Het kan evenwel ook voorkomen dat als het koord, meer en meer gerekt wordende, een spanning heeft gekregen, die voldoende is om het eene lichaam in een cirkel te doen loopen, die spanning ook juist het andere lichaam op standvastigen afstand van het middelpunt kan houden. Dan zullen beide lichamen op de staaf in rust blijven.

c. Men kan een lichaam ook dwingen in een cirkel rond te gaan, wanneer men het aan de binnenzijde van een op een horizontaal vlak aangebrachten cirkelvormigen opstaanden rand plaatst en het dan een tangentiale snelheid geeft. Hoe hierbij de tegenstand van den rand de centripetale kracht is, en hoe die tegenstand wordt opgewekt, zal men gemakkelijk inzien.

Wanneer iemand over een horizontaal vlak in een cirkel rondloopt drukt hij met zijne voeten dit vlak naar buiten;

Fig. 90.

dientengevolge ondervindt hij van het vlak de noodige naar het middelpunt gerichte kracht.

d. Aan een verticale kolom A B (Fig. 90), die om zijn eigen as kan wentelen, is de stang A M, die aan het benedeneinde den bol M draagt, draaibaar in A bevestigd, zoodat hij zich in het vlak C AM kan bewegen. Staat de as A Ë stil, dan ligt M tegen AB aan; begint vervolgens de wenteling van A B, dan krijgt het middel¬

punt van den bol een snelheid loodrecht op het vlak MAC.

Sluiten