Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit, volgt uit hot door Keppler aan het licht gebrachte feit dat de tweede machten der omloopstijden van twee planeten tot elkaar staan als de derde machten van de halve groote assen van hunne banen.

pjemen wij gemakshalve aan dat de planeten in cirkels met de stralen r, en r2 om de zon loopen; laat T, en T2 de omloopstijden zijn. Dan ondervindt volgens § i05 de massa-eenheid van de eene planeet een kracht

„ _ 4 t2 r,

T,2~

en de massa-eenheid van de andere een kracht

_li! r2

2 'iv- •

Uit de evenredigheid

ï|-: T2ï = r.': ra»

volgt

r,2 r-21

Overigens is het niet alleen de zon, die andere lichamen aantrekt. Op dergelijke wijze als de planeten om de zon loopen, bewegen zich om eenige daarvan wachters of satellieten en deze worden bij het lichaam dat zij vergezellen gehouden door een aantrekking die van dit laatste uitgaat. Alle verschijnselen samenvattende, kwam Newton tot het besluit dat elk paar stofdeeltjes elkaar aantrekken met een kracht die op de boven aangegeven wijze van den afstand afhangt en evenredig is zooioel met de massa van het eene als met die van het andere stofdeeltje, die echter onafhankelijk is van den aard der deeltjes en van de stof in de tusschenruimte.

Volgens deze door Newton ontwikkelde theorie der algemeene aantrekkingskracht is de versnelling die een lichaam A door de van een lichaam B uitgaande aantrekking krijgt, evenredig met de massa van B, maar onafhankelijk van die van A. Immers, de totale kracht die op A werkt is evenredig met de massa van A, en dus moet de versnelling dezelfde zijn, onverschillig of die massa groot of klein is.

De zwaartekracht die op een stofdeeltje nabij het oppervlak der aarde werkt, is nu te beschouwen als de resultante van tallooze krachten, door al de deeltjes der aarde uitgeoefend en die alle van denzelfden aard zijn als de aantrekking tusscheu

Sluiten