Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oefenen wel is waar voortdurend de richting der verplaatsing heeft, maar deze richting en misschien ook de grootte deikracht voortdurend verandert. Men verdeelt den weg van het aangrijpingspunt in oneindig kleine deelen, en handelt alsof bij het doorloopen van elk deeltje de kracht onveranderd bleef. Men vermenigvuldigt dus de kracht, zooals zij in het beginpunt van een element van den weg is, met de lengte van dat element en telt al de uitkomsten bij elkaar op.

Men ziet gemakkelijk dat in het geval van een standvastige kracht de uitkomst gevonden kan worden door de grootte der kracht met de geheele lengte van den weg te vermenigvuldigen. Wanneer men b.v. een werktuig in beweging brengt door een kruk rond te draaien, en wel met een kracht K, in de richting van den beschreven cirkel, dan is, als r de straal van dezen laatsten is, de arbeid bij één rondgang 2iKr.

§ 114. Arbeidsvermogen. Tot nog toe spraken wij alleen van den arbeid dien wij zelf in verschillende gevallen verrichten. Op een lichaam kan echter ook een kracht worden uitgeoefend, niet door een werkman of een proefnemer, maar door een ander lichaam dat er tegen drukt of er aan trekt. Verplaatst zich dan het aangrijpingspunt in de richting der uitgeoefende kracht, dan zeggen wij dat het laatstgenoemde lichaam een arbeid op het eerste doet, van welken arbeid wij de grootte naar den regel der vorige § berekenen.

Zoo kan een aanvankelijk uitgerekte spiraalveer, waarvan het eene uiteinde bevestigd is, een arbeid verrichten, wanneer hij zich samentrekt en daarbij een voorwerp voorttrekt. De stoom doet arbeid op den zuiger dien hij in een stoommachine voortdrijft, een waterstroom op de schoepen van een rad dat hij in beweging brengt.

Ter vereenvoudiging laten wij gevallen waarin drie of meer lichamen krachten op elkaar uitoefenen, vooreerst buiten beschouwing; wij onderstellen dat wij met twee lichamen te doen hebben, waarvan het eene arbeid doet op het andere, en tusschen welke dus deze tegenstelling bestaat, dat het eene, het „werkende" een actieve rol, het andere, het „bewerkte" een passieve rol speelt.

Sluiten