Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 115. Behoud van arbeidsvermogen. Wij zullen nu de veranderingen beschouwen die een lichaam ondergaat, wanneer er arbeid op gedaan wordt. In eenvoudige gevallen valt het dadelijk in het oog dat deze veranderingen juist tegengesteld zijn aan de verandering van het lichaam als het zelf een arbeid verricht; het komt nu in een toestand waarin het beter dan oorspronkelijk geschikt is om arbeid te doen. Het arbeidsvermogen van een spiraalveer — dat kleiner wordt als hij zich samentrekt — neemt toe wanneer wij hem, terwijl wij er arbeid op doen. uitrekken, en hetzelfde geldt van een gas dat wij samendrukken door een zuiger naar binnen te drijven. Bij nadere beschouwing blijkt het nu dat de arbeid dien het ons kost om de veer een eind uit te rekken, even groot is, als de arbeid dien de veer zelf vervolgens kan verrichten wanneer hij zich weer tot de oorspronkelijke lengte samentrekt. Wij kunnen in het algemeen zeggen dat wanneer er arbeid op een lichaam gedaan wordt, het arbeidsvermogen van dat lichaam met een bedrag, gelijk aan dien arbeid toeneemt.

Om het boven gezegde toe te lichten, stellen wij ons vooreerst voor dat bij de samentrekking van een spiraalveer waarvan het eene einde is vast gemaakt, liet andere zich over een zekeren afstand, b.v. van A naar B verplaatst. Daar de spanning in den loop der samentrekking verandert, moeten wij (§ 113) den weg A B in oneindig kleine deelen verdeelen en de lengte van elk daarvan vermenigvuldigen met de spanning, zooals die bij het doorloopen van dat deel is. Door al de producten bij elkaar op te tellen, vinden wij den arbeid door de veer verricht op een of ander lichaam waarmee het bewegelijke einde is verbonden.

In de tweede plaats beschouwen wij het geval dat wij door met de hand te trekken het uiteinde van de veer van B naar A terugbrengen. De spanning doorloopt daarbij in omgekeerde volgorde dezelfde reeks waarden als zoo even en wanneer wij ons nu voorstellen dat de kracht die wij voor het uitrekken moeten uitoefenen, op elk oogenblik gelijk is aan de spanning der veer, is het duidelijk dat de arbeid dien wij thans verrichten bij de verplaatsing over een oneindig klein deel van den

Sluiten