Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

evenzoo voor de hand, de algemeene aantrekkingskracht, bij vallende voorwerpen zoowel als bij hemellichamen, als de werking van een „middenstof" of een „medium" op te vatten, en te zeggen dat deze stof arbeid doet op een vallenden steen en daardoor overeenkomstig de stelling van § 115 het arbeidsvermogen daarvan vergroot, Intusschen zijn de veranderingen in zulke onzichtbare middenstoffen veel minder voor ons toegankelijk dan de toestand van waarneembare veerkrachtige lichamen en men geeft er dan ook dikwijls de voorkeur aan, de verschijnselen te beschrijven zonder van die middenstoffen te spreken. Men let dan alleen op de krachten die in het spel zijn, maar laat zich niet uit over het mechanisme waarvan die krachten het gevolg zijn.

In verband daarmede zegt men dan ook dat op het lichaam dat zich beweegt een arbeid gedaan wordt, niet door het medium, waarvan het een kracht ondervindt, maar door de kracht zelf, een spreekwijze die men trouwens ook bij de meer eenvoudige verschijnselen waarmee wij ons tot nog toe bezig hielden kan bezigen.

Na dit vooropgesteld te hebben, kunnen wij er toe overgaan, de definitie van arbeid, die in § 113 alleen voor een verplaatsing in de richting der kracht werd gegeven, zoo uit te breiden, dat zij algemeen toepasselijk is. Daartoe is het noodig, aan den arbeid, naar gelang van omstandigheden, het positieve of het negatieve toeken toe te kennen.

Positief icordt de arbeid genoemd, wanneer de verplaatsing de richting der kracht heeft.

a. Beweegt zich echter het aangrijpingspunt in een richting, tegengesteld aan de kracht, dan spreekt men van een negatieven arbeid. De grootte daarvan icordt weer door het product van de kracht met den afgelegden weg gegeven. Is dus de kracht K en de verplaatsing s, dan is in dit geval de arbeid

- K s.

Nu wij op deze wijze tot het begrip van een negatieven arbeid zijn gekomen, kunnen wij ook in die gevallen waarin wij vroeger spraken van een arbeid die een lichaam doet, even

Sluiten