Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het gewicht met dien negatieven afstand moeten verstaan. Dat nu het bedrag van het „arbeidsvermogen" negatief is, moge wat vreemd klinken, er is in zooverre niets tegen, dat werkelijk wanneer het lichaam beneden het vlak V is, de zwaartekracht bij verplaatsing tot in dat vlak een negatieven arbeid kan doen. Ook blijft bij de laatstgenoemde keus van het vlak de stelling doorgaan, dat bij elke verplaatsing, naar boven of beneden, de arbeid der zwaartekracht gelijk is aan de (naar de regels der algebra berekende) vermindering van het arbeidsvermogen van plaats.

In de volgende § § zal het begrip van het arbeidsvermogen van plaats, of, zooals men het ook noemt, van de potentieele energie, nog tot eenige andere gevallen worden uitgebreid; dat daarbij veel van het bovenstaande met geringe wijziging herhaald zou kunnen worden, zal men gemakkelijk inzien. Nu wijzen wij er nog op, hoe men, in aansluiting aan het straks gezegde, in het algemeen het arbeidsvermogen van een stelsel van lichamen kan definieeren. Men moet daartoe beginnen met onder alle toestanden die het stelsel kan aannemen, een bepaalden toestand te kiezen, waarmede alle andere vergeleken zullen worden, en dien men den „nultoestand" kan noemen en door de letter N kan voorstellen. Het arbeidsvermogen van het stelsel in een willekeurigen toestand A wordt dan bepaald door den arbeid dien het verricht, wanneer het uit dezen toestand in den nultoestand overgaat. Is verder U dit arbeidsvermogen en is U' het arbeidsvermogen in een anderen toestand A', dan is U — U' de arbeid bij den overgang van A naar A'. Immers, U is de arbeid van het stelsel bij eiken overgang van A naar N, dus ook wanneer het eerst van A naar A', en dan van A' naar N overgaat. De arbeid bij den overgang van A naar A' wordt dus gevonden wanneer men de grootheid U vermindert met den arbeid dien het stelsel nog bij den overgang van A' naar N verricht, d. w. z. met U'.

§ 127. Arbeidsvermogen van plaats bij een lichaam dat door een vast punt wordt aangetrokken. Zij O (Fig. 98) het vaste punt en laat de grootte der aantrekking afhangen van

13

Sluiten