is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 142. Proeven van Rowland. Naar betzelfde beginsel als Puluj heeft de Amerikaansche natuurkundige Rowlaxd een onderzoek op groote schaal over het mechanisch warmte-aequivalent verricht. Hij bezigde daarbij een calorimeter die een 8-tal kilogrammen water bevatte en ongeveer was ingericht als die van Jour,®. De as met de schoepen werd echter door een stoommachine in beweging gebracht en de calorimeter zelf, die aan een draad was opgehangen, werd op dergelijke wijze als de binnenste kegel van Puluj verhinderd aan deze beweging deel te nemen. Deze met groote zorg volbrachte metingen leiden tot de uitkomst dat de hoeveelheid warmte, noodig om een gram water van 15° tot 16° te verhitten, gelijk staat met 419 X 105 ergen. Dit getal is grooter dan het door Joui.e gevondene, maar het gelukte Eowland, de oorzaken van het verschil aan te wijzen. Terwijl hij zelf de temperaturen opgeeft in graden van een thermometer die op de uitzetting der lucht berust, iets dat om later te vermelden redenen bij nauwkeurige onderzoekingen de voorkeur verdient, maakte Joule van de aanwijzingen van een kwikthermometer gebruik. Een uitvoerig onderzoek van thermometers leerde dat het verschil, althans voor een aanmerkelijk deel aan deze omstandigheid moet worden toegeschreven, terwijl het schijnt dat het overblijvende verschil aan mindere nauwkeurigheid van Joui,k's waarnemingen mag worden geweten.

Het mechanisch aequivcdent der warmte-eenheid kan derhalve op 419 X 103 ergen worden gesteld.

§ 143. Omzetting van warmte in mechanisch arbeidsvermogen. Bij al de voorgaande proeven liet men warmte ontstaan uit ander arbeidsvermogen. Het omgekeerde gebeurt in de stoommachines. Hirn heeft uitvoerige onderzoekingen verricht over de verschijnselen die daarin plaats hebben; hij heeft den arbeid gemeten, die door den stoom, als hij den zuiger voortdrijft, verricht wordt, en de noodige gegevens verzameld om zoowel de hoeveelheid warmte die in den stoomketel door het water wordt opgenomen, als die, welke bij de verdichting van den stoom tot water ontstaat, te bepalen. Het bleek hem dat werkelijk de laatste hoeveelheid