Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

noemt, heeft in verschillende stoffen in zeer ongelijke mate plaats; bij een zelfde temperatuurverschil tusschen twee deelen van het lichaam zal, naar gelang van zijn geleidingsvermogen, in denzelfden tijd meer of minder warmte overgaan. Goede geleiders zijn de metalen, minder goede hout, glas, dierlijke en plantaardige weefsels, slechte geleiders gassen en vloeistoffen, met uitzondering van vloeibare metalen.

Op geheel andere wijze plant de warmte zich voort door \ straling. Deze kan in een luchtledige ruimte plaats hebben en terwijl de warmtegeleiding reeds voor afstanden van eenige centimeters een merkbaren tijd noodig heeft, plant zich de stralende warmte met zeer groote snelheid voort. Het is gebleken dat het verschijnsel nauw samenhangt met het licht, wat men begrijpelijk zal vinden, als men opmerkt dat een lichaam dat beneden 500° alleen warmte uitstraalt, bij deze temperatuur ook licht begint te geven, terwijl het toch niet waarschijnlijk is, dat de aard der molekulaire bewegingen plotseling geheel zou veranderen.

Wanneer een warm voorwerp in een vloeistof of een gas geplaatst is, bemerkt men naast de warmtestraling en de rechtstreeksche geleiding nog een derde verschijnsel. De deelen der omringende stof, die met het warme voorwerp in aanraking zijn, worden eerst verhit, zij zetten zich daarbij uit, worden lichter en stijgen dientengevolge omhoog. Nieuwe deelen der stof nemen hunne plaats in, om op hunne beurt verwarmd te worden, en zoo verspreidt zich de warmte door de geheele stofmassa, omdat zij wordt medegevoerd door de stof zelf, waardoor zij werd opgenomen.

§ 147. Bepaling van het verschil van het inwendige arbeidsvermogen in twee toestanden van een lichaam of een stelsel van lichamen. Duiden wij twee toestanden van een lichaam of van een stelsel lichamen door de letters P en Q aan, en noemen wij U,, en U? de waarden van het inwendige arbeidsvermogen in die toestanden. Stel, dat wij den eersten toestand werkelijk in den tweeden kunnen doen overgaan, en dat wij daartoe w calorieën moeten toevoeren. Laat bovendien uitwendige krachten werken, die een arbeid van A ergen

Sluiten