Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

functie, die 't gevolg is van een aangroeiing 3 der onafhankelijk veranderlijke, de waarde 0 wordt gevonden, zoo men de tweede en hoogere machten van 3 weglaat. Evenzoo moet men, als men bovenstaanden regel op een kleine verschuiving 3 of op een wenteling over een hoek 3 toepast, de grootheden die 3' bevatten weglaten; zoo doende zal men, als er evenwicht bestond, voor de verandering van het arbeidsvermogen van plaats 0 vinden.

is echter de vermindering der potentieele energie juist gelijk aan den arbeid der krachten die het medium op het lichaam uitoefent. In plaats van te zeggen dat de potentieele energie niet verandert, kan men dus ook zeggen dat die krachten geen arbeid doen. Van daar de regel:

Als er evenwicht is, zullen bij een oneindig kleine verplaatsing van het lichaam de krachten geen arbeid verrichten.

In dezen voi m geldt de regel ook als de krachten niet door een medium worden uitgeoefend, en men dus niet van een arbeidsve: mogen van plaats kan spreken. Bovendien kan de stelling worden omgekeerd, en kan men zeggen: Als de krachten bij geen enkele denkbare oneindig kleine verplaatsing een arbeid verrichten, is er evenwicht. Immers, als dit niet bestond, zouden de krachten het lichaam in beweging brengen; zij zouden er dus arbeidsvermogen van beweging aan geven, wat zij alleen kunnen doen, als zij een arbeid verrichten.

Het verdient verder nog opgemerkt te worden dat krachten die een lichaam niet in beweging kunnen brengen, ook geen invloed kunnen hebben op een reeds bestaande beweging.

Daar alle verplaatsingen van een vast lichaam tot verschuivingen en wentelingen kunnen worden teruggebracht, is het voor het evenwicht slechts noodig, dat de krachten geen arbeid verrichten, als het lichaam een oneindig kleine verschuiving of wenteling ondergaat. Den arbeid eener kracht in het laatste geval zullen wij nu nader beschouwen.

§ lo7. Ai beid eener kracht bij een oneindig kleine wenteling. Stel dat het lichaam in de richting der pijl wentelt om een as, die door O (Fig. 109) gaat en loodrecht staat op het vlak der teekening. Zij A, in dit vlak liggende, het aangrijpingspunt der kracht, en ontbinden wij deze in A F, in het

Sluiten