Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlak der figuur en een tweede component, loodrecht daarop. De laatste verricht geen arbeid. Om den arbeid van A F te beFig. ioa. rekenen, noemen wij den oneindig

kleinen hoek waarover t lichaam draait s; wij drukken dezen hoek in boogmaat uit, zoodat * ook de verplaatsing voorstelt van een punt dat op een afstand 1 van de as is gelegen. Het aangrijpingspunt A beschrijft nu een oneindig kleinen cirkelboog A B met de lengte f X O A; die boog mag als een recht lijntje

loodrecht op OA worden beschouwd.

De arbeid van A F kan nu, als B C loodrecht op A F wordt getrokken, door

AFX AC

worden voorgesteld. Na O D loodrecht op A F getrokken te hebben, mag men hiervoor schrijven

f X A F X O D; (1)

immers, uit de gelijkvormigheid der driehoeken O AD en A B C, in verband met de waarde van A B, volgt

A C = f X O D.

Het product van de loodrecht op de as staande kracht A F met den afstand OD tusschen de lijn langs welke zij werkt en de as, wordt het moment van A F ten opzichte van de as genoemd. Men noemt dit product ook wel het moment van de gelieele kracht die wij onderstelden dat in A werkt, en waarvan A F de component loodrecht op de as is.

Nadat wij een bepaalde draaiingsrichting als de positieve gekozen hebben, kunnen wij het moment van een kracht positief of negatief noemen, naarmate de kracht het lichaam in die richting of in de tegengestelde tracht te doen wentelen. Geeft in Fig. 109 de pijl de positieve richting aan, dan is het moment der kracht A F positief, maar dat van de kracht E Gr negatief.

Sluiten