Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een blik op Fig. 119 doet zien dat een koppel een wenteling tracht teweeg te brengen; de richting daarvan kan bij twee koppels die in een zelfde vlak of in evenwijdige vlakken werken, gelijk of tegengesteld zijn.

i'ig. 119- Verbeelden wij ons dat het lichaam

waarop het koppel van Fig. 119 werkt, een oneindig kleine wenteling f ondergaat om een lijn, door het punt O loodrecht op het vlak van het koppel getrokken; laat de richting dier wenteling met die overeenstemmen, in welke het koppel het lichaam tracht te bewegen. Trekt men C O D loodrecht op de richting der krachten,

dan is blijkens § 157 de arbeid van het ko"ppel

fXBQXOD + «XAPXOC = fXAPXCD.

Waar men ook het punt O neemt, ook wanneer het buiten de lijnen A P en B Q of op een dezer lijnen ligt, steeds komt men tot deze zelfde uitkomst.

Be afstand C D der lijnen langs welke de krachten xcerken, wordt de arm van het koppel genoemd. Het product daarvan met de grootte der kracht heet het moment van het koppel. Blijkens bovenstaande berekening icordt, als de draaiing sas loodrecht op het vlak van het koppel staat, de arbeid gevonden, als men het moment met den hoek van wenteling vermenigviddigt.

Dit komt overeen met het in § 157 gezegde, maar er is dit onderscheid, dat bij een kracht slechts van het moment ten opzichte van een bepaalde as sprake is, terwijl dat van een koppel ook zonder dat een as is aangegeven, een bepaalde waarde heeft.

Dat de arbeid van het koppel negatief is, wanneer de richting der wenteling tegengesteld is aan die. in welke het koppel het lichaam tracht te draaien, behoeft nauwelijks vermeld te worden.

Zoolang het moment hetzelfde blijft, is de arbeid van een koppel in een gegeven vlak onafhankelijk van de grootte der krachten, de richting waarin zij werken en de aangrijpings-

Sluiten