Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omstandigheden af. Wordt een punt van het lichaam vastgehouden, dan brengt men de krachten liefst daarheen over; bij een geheel vrij lichaam daarentegen naar het zwaartepunt.

§ 168. Bepaling der inwendige krachten in een Tast lichaam. Is een lichaam in rust, dan moeten de krachten die op een willekeurig deel ervan werken, evenwicht met elkaar maken. Uit deze overweging kan men iets afleiden omtrent de krachten die zulk een deel van de aangrenzende deelen ondervindt.

a. Zij AB een verticale kolom (Fig. 123), staande op een horizontaal vlak en belast met een gewicht P. In gedachten ... verdeelen wij deze zuil door een horizontaal

rig. 123. J

vlak V in twee deelen. Voor het even¬

wicht van het bovenste gedeelte is noodig, dat er een kracht naar boven op werkt, gelijk aan het gewicht P, vermeerderd met dat van A V zelf. Die kracht kan alleen worden uitgeoefend door het onderste gedeelte der zuil. Houdt men verder in het oog dat aan elke werking een gelijke en tegengestelde terugwerking beantwoordt, dan komt men tot de slotsom

dat de deelen der kolom, die aan weerszijden van V liggen, tegen elkaar drukken in een richting loodrecht op dit vlak.

b. Op dezelfde wijze ziet men in dat in een staaf die met het boveneinde is opgehangen en aan het benedeneinde het gewicht P draagt, de deelen aan weerszijden van een horizontale doorsnede krachten loodrecht op die doorsnede op elkaar uitoefenen, die tegengesteld gericht zijn als in het geval a. Zulke krachten noemt men normale spanningen.

In het algemeen wordt het woord spanning gebezigd om de krachten aan te duiden, die de deelen van een lichaam aan weerszijden van een of ander vlak op elkaar uitoefenen.

De spanning van een koord, die wij reeds vroeger leerden kennen, is niet alleen de kracht waarmede het koord werkt op de lichamen waaraan het bevestigd is, maar ook die, welke aan elkaar grenzende deelen van den draad van elkaar ondervinden.

Sluiten