is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een haak voorzien, waaraan de last wordt gehangen, dien men wil ophijschen. De evenwichtsvoorwaarde wordt door de constructie van een parallelogram van krachten gevonden.

Fig. 145 doet de inrichting zien van een ge- Fig- 14».

j. 7. .7 Tv_ • _ 1 •• •• ï • . i

wonen takel. Drie schijven zijn hier in het vaste bovenblok, en even vele in het verplaatsbare benedenblok vereenigd. Neemt men aan dat het koord dat over al de schijven loopt, tusschen de blokken overal dezelfde richting heeft, dan is voor het evenwicht een kracht ^ P, waarmede men aan het uiteinde 6 trekt, noodig. Men vindt dit door op te merken dat de last aan 6 touwen hangt en dus de spanning, die overal even groot moet zijn, de zoo even genoemde waarde moet hebben, of ook door na te gaan, hoe ver b naar beneden moet worden getrokken om P tot zekere hoogte te doen stijgen.

§ 176. Windas. Dit werktuig bestaat uit een horizontalen om zijne as draaibaren cilinder, waarom eenige malen een touw is geslagen, dal bij het omdraaien wordt op- of afgewikkeld en aan het einde den last draagt. De wenteling wordt aan den cilinder gegeven door een kruk,

loodrecht op de as aan den cilinder bevestigd. De evenwichtsvoorwaarde volgt uit de beschouwing der momenten of uit de stelling van § 172.

§ 177. Middelen om een Fig. H6.

wenteling van de eene as op de andere over te brengen, a. Koord zonder eind. Laat (Fig. 146) A en B twee cirkelvormige schijven zijn, in hetzelfde vlak liggende en draaibaar om assen die door de middelpunten loodrecht op dat

vlak gaan. Een koord of riem, waarvan de uiteinden aan elkaar