Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

as c wordt vastgehouden, het rad a zich wel in de richting der pijl, maar niet in tegengestelde richting kan bewegen.

Zulk een inrichting wordt gebezigd om voor de as A van Fig. 91 (p. 177; slechts een beweging in één richting mogelijk te maken.

Is de as c bevestigd aan een tweede rad dat om dezelfde meetkundige as als het rad a kan draaien, dan zal dat rad bij de eene bewegingsrichting door a worden medegenomen, bij de andere bewegingsrichting niet.

§ 182. Nadere beschouwing der wrijving. Als een lichaam over een volkomen glad horizontaal vlak door een kracht F wordt voortgetrokken, zal de arbeid dezer kracht gelijk zijn aan de vermeerdering van de kinetische energie van het lichaam. Anders is het, zoodra er een wrijving bestaat; de aangroeiing van het arbeidsvermogen van beweging is dan kleiner dan de arbeid van F en wel zooveel kleiner als aan de ontwikkelde warmte beantwoordt.

Dit is één wijze om het verschijnsel te beschouwen. Een andere opvatting bestaat daarin dat men niet alleen op den arbeid der kracht F, maar ook op den, natuurlijk negatieven, arbeid der wrijving let. Daar de beweging van het lichaam in zijn geheel op de gewone wijze door die beide krachten bepaald wordt, zal de kinetische energie van het lichaam een toeneming ondergaan, gelijk aan den gezamenlijken arbeid van de kracht F en de wrijving. Bij deze tweede beschouwingswijze behoeft van de warmteontwikkeling niet gesproken te worden. (Verg. § 144, c).

Dergelijke opmerkingen gelden voor elk stelsel van lichamen waarbij de wrijving in het spel is. De aangroeiing van de kinetische energie der zichtbare bewegingen bedraagt minder dan de arbeid der werkende krachten, als men daarbij de wrijving niet meetelt; het verschil beantwoordt aan de warmteontwikkeling.

Volgens de tweede opvatting kan men zeggen:

Fig. 156.

Sluiten