is toegevoegd aan je favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan ontstaat geen beweging; wel daarentegen, zoodra P sin x > c P cos * is.

Men kan deze ongelijkheden schrijven in den vorm tg x < c en tg x > c. Bepaalt men dus een hoek (3 zoo, dat

tg/3 = c

is, dan brengt de kracht het lichaam in beweging of laat het in rust, naarmate x > of < (3 is.

De hoek (3 wordt de wrijvingshoek genoemd; het is de hoek dien de kracht met de normaal moet maken, als zij op het punt zal zijn, het lichaam in beweging te brengen. Men kan ook zeggen dat de reactie die het lichaam B op A kan uitoefenen, en ivaardoor een op A werkende kracht kan worden opgeheven, nooit een grooteren hoek met de normaal maakt dan de wrijvingshoek.

Uit het gezegde volgt aanstonds, wanneer een lichaam op een hellend vlak in evenwicht kan zijn. Is (Fig. 158) C N de normaal en maken de lijnen CD en CE daarmede hoeken, Fig. 158. gelijk aan den wrijvingshoek, dan zal

het lichaam in rust blijven zoolang de resultante van alle krachten waaraan het onderworpen is, binnen den hoek DCE valt; is b.v. die kracht volgens C P gericht, dan is de component daarvan langs het hellende vlak niet voldoende om de wrijving te overwinnen, waarvan de maximale grootte door de component volgens de normaal bepaald

wordt. Elke kracht die, zooals C Q, buiten den genoemden hoek valt, zal het lichaam in beweging brengen. Werkt alleen de zwaartekracht op het voorwerp en verandert men den hellingshoek van het vlak, dan is het lichaam op het punt naar beneden te glijden, zoodra die hoek == (3 wordt.

Evenals bij het hellend vlak kan men nu ook in alle andere gevallen waarin de wrijving in het spel is, nagaan, wanneer de krachten op het punt zijn, een beweging naar de eene of naar de andere zijde teweeg te brengen. Tusschen die beide