is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zal b.v. voor een ring met den straal R en de massa M het traagheidsmoment ten opzichte van een as door het middelpunt loodrecht op het vlak van den ring, worden voorgesteld door Q = M Rs, wat men gemakkelijk inziet als men bedenkt dat bij een hoeksnelheid « de lineaire snelheid van elk punt R u is.

Wij kunnen opmerken dat het traagheidsmoment verschillende icaarden heeft, naarmate het ten opzichte van de eene of de andere as wordt genomen, dat iedere toevoeging aan een lichaam van een nieuwe massa ook het traagheidsmoment vergroot, en eindelijk dat deze grootheid niet alleen van de massa der deelen van het lichaam afhangt, maar ook van den afstand waarop zij van de as zijn verwijderd. Een zelfde massa zal nl. bij een bepaalde hoeksnelheid een des te grootere kinetische energie hebben, naarmate zij verder van de as geplaatst is.

De invoering van het traagheidsmoment maakt het mogelijk, verschillende vraagstukken omtrent wentelende lichamen op te lossen. Een van de belangrijkste daarvan is de bepaling der beweging van een zoogenaamden phijsischen slinger.

Men geeft dezen naam aan elk vast lichaam dat onder den invloed der zwaartekracht om een vaste horizontale as kan draaien. Zulk een lichaam zal in standvastig evenwicht verkeeren, wanneer het zwaartepunt Z (Fig. 163) verticaal be-

Fig. 163. neden de as O ligt. Wordt de slinger uit dezen

stand over een zekeren hoek verplaatst, zoodat het zwaartepunt in Z' komt, en vervolgens losgelaten, dan zal hij om den evenwichtsstand heen- en weerschommelen en daarbij telkens aan weerszijden evenveel uitwijken, zooals men uit de wet van het behoud van arbeidsvermogen kan afleiden. Met behulp van diezelfde wet kan men bepalen welke hoeksnelheid « de slinger in een willekeurigen stand, als b.v. het zwaartepunt in Z" is, heeft. Want, sedert liet verlaten van den uitersten stand, is het arbeidsvermogen van

plaats verminderd met een bedrag dat men vindt door het gewicht P met de verticale projectie van Z Z' te vermenig-