is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vuldigen. Aan dat bedrag moet nu de kinetische energie in den stand O Z gelijk zijn, d. w. z. het product \ Q «2, als Q het traagheidsinoment ten opzichte van de as is. Is deze laatste grootheid bekend, dan kan dus ook « worden bepaald, wat voldoende is om de beweging stap voor stap te volgen.

Hen heeft op deze wijze aangetoond dat bij kleine waarden van de amplitudo, elk punt, evenals liet stoffelijke punt van een mathematischen slinger, een enkelvoudige trilling uitvoert. De tijd, noodig voor de beweging van den eenen uitersten stand naar den anderen wordt bepaald door de formule

(4)

als l den afstand van het zwaartepunt tot de as voorstelt.

«Substitueert men in deze formule

P = M<7,

waai in M de massa van den slinger is, dat gaat zij over in

& = TC ]/" Q

v M gl'

Hieruit blijkt hoe men de versnelling der zwaartekracht uit waarnemingen omtrent den schommeltijd kan afleiden, wanneer men Q kan bepalen.

Men ontgaat deze laatste bepaling door gebruik te maken van de eigenschap van het slingerend lichaam, dat er verschillende evenwijdige assen zijn aan te wijzen welke, als draaiingsas genomen, denzelfden schommeltijd zouden opleveren. Men kan steeds twee zulke assen vinden, die aan weerszijden van het zwaartepunt, en op ongelijke afstanden daarvan gelegen zijn. Kent men deze ten naastenbij, dan kan men door een verschuifbaar gewicht den schommeltijd zoo regelen, dat hij voor beide assen even groot is (rerersieslinger); de theorie leert dat dan de afstand der assen gelijk is aan de lengte van een mathematischen slinger die denzelfden schommeltijd heeft. Uit dezen tijd, in verband met den genoemden afstand, vindt men q met de formule van § 104.

Ook zonder de berekening1 van den schommeltijd volgens de vergelijking (4) uit te voeren, kan men menigmaal een oordeel vellen over den duur der schommelingen. Gemakkelijk zal men b.v. inzien dat het aanbrengen eener massa boven de as den