Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kan van deze wet partij trekken om kleine krachten te meten. Werkt nl. op de staaf a b een koppel K in een horizontaal vlak, dan wordt de staaf zoo ver gedraaid tot het terugwerkende koppel gelijk aan K is. De afwijkingshoek is derhalve evenredig met K; is de ophangdraad dun, dan krijgt die hoek reeds bij een klein koppel een merkbare grootte.

Bij de wringbalans, met behulp waarvan Coulomb de wetten der electrische aantrekkingen en afstootingen ontdekte, was aan het eene uiteinde van de staaf een geëlectriseerde bol bevestigd, die door een tweeden even hoog geplaatsten vaststaanden bol werd aangetrokken of afgestooten. Men krijgt in dit geval het koppel K door de kracht die uit de electrische werkingen voortvloeit, naar q over te brengen; tevens ziet men dan dat door de kracht in q, die naast het koppel bestaat, de staaf a b iets op zij wordt gedrukt, maar het gewicht van ab is, vergeleken met de bedoelde kracht, zoo groot, dat hiervan mag worden afgezien.

Wil men uit de aanwijzing van het icerktuig de absolute grootte van de kracht afleiden, dan moet men het koppel kennen, dat de ophangdraad bij een afwijkingshoek 1 op de staaf uitoefent. Dit kan worden afgeleid uit den duur der schommelingen die de staaf volbrengt, wanneer hij, na uit den evenwichtsstand gebracht te zijn, aan de veerkracht van den draad alleen wordt overgelaten.

Juist omdat het koppel dat uit de veerkracht voortvloeit, evenredig is met den afwijkingshoek, hebben deze schommelingen veel overeenkomst met de vroeger beschouwde enkelvoudige trillingen en wordt de schommeltijd & door een even eenvoudige formule bepaald als die van de oneindig kleine schommelingen van een physischen slinger (§ 184). Men heeft nl. thans, niet alleen voor zeer kleine, maar ook voor grootere schommelingen,

& = 7rl^" (12)

als Q het traagheidsmoment van ab ten opzichte van de draaiingsas, dus ten opzichte van pq, voorstelt, en K het

Sluiten