Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koppel dat de draad uitoefent bij een wringingshoek die in boogmaat de waarde 1 heeft. Uit 5 en Q kan door deze formule K worden berekend.

Een moeilijkheid is gelegen in de bepaling van het traagheidsmoment dat in den regel niet met voldoende nauwkeurigheid uit den vorm en de massaverdeeling van het aan den draad opgehangen lichaam kan worden bepaald. Men kan het echter leeren kennen door de meting van den schommeltijd te herhalen, nadat men de massa vergroot heeft, zonder dat men de kracht die de beweging beheerscht, heeft veranderd. Voegt men nl. aan de staaf nog een zekere massa toe, waarvan het traagheidsmoment ten opzichte van de draaiingsas Q' is (natuurlijk moet de staaf horizontaal blijven), dan wordt de schommeltijd

= (13)

Uit deze vergelijking, in verband met (12), volgt

S2 Tr K2 Q

Q = en yiCTsi-

Het is nu slechts noodig, dat de toegevoegde massa een zoo ecnvoudigen vorm heeft, dat het traagheidsmoment daarvan door berekening kan worden gevonden. Die massa kan b.v. uit twee gelijke gewichten, even ver van q verwijderd, bestaan, of uit een horizontalen ring, waarvan het middelpunt met q samenvalt.

§ 190. Lichaam, aan twee draden opgehangen. In vele instrumenten is een lichaam dat gemakkelijk in horizontale richting moet kunnen draaien, opgehangen aan twee even

Fig. 170.

lange draden ai en cd (Fig. 170) waarvan wij onderstellen zullen, dat de benedeneinden even ver van elkaar verwijderd zijn als de boveneinden (biftlaire ophanging). In den evenwichtsstand loopen de draden dan verticaal- Zij kunnen die richting echter niet behouden, wanneer het lichaam om de verticale lijn p q gedraaid wordt. Na zulk een wenteling kunnen dientengevolge de

draden niet meer tot hetzelfde horizontale vlak bd reiken als aanvankelijk; het lichaam is iets gestegen en de zwaartekracht tracht het terug te draaien., Het is de zwaartekracht, waarmede elke andere die een af-

Sluiten