Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wrijving, bij een lichaam dat aan een draad hangt, die gewrongen wordt, inwendige weerstanden in dezen laatsten.

De theorie leert dat, in die gevallen waarin de weerstand evenredig is met de snelheid, de achtereenvolgende uitslagen aan weerszijden van den evenwiclxtsstand een meetkundige reeks vormen-, de icaarneming bevestigt deze uitkomst en bepaalt in de reden der reeks een grootheid die tot een oordeel over de grootte van den weerstand kan leiden.

I3 de reden weinig van de eenheid verschillend, dan begaat men maar een kleine fout door drie achtereenvolgende uitslagen als termen van een rekenkundige reeks te beschouwen. Men kan dan gemakkelijk, zonder den stilstand van het lichaam af te wachten, uit de waarneming van drie op elkaar volgende uiterste standen den evenwichtsstand afleiden.

Schommelt nl. het lichaam langs een verdeelde schaal en zijn au a3 en a3 de bedoelde standen, terwijl A de evenwichtsstand is, dan moeten de verschillen

dj — A, A ^8) A

een rekenkundige reeks vormen. Daaruit volgt dat het gemiddelde \ (a, + as) van beide standen aan de eene zijde evenver van A verwijderd is als de stand «s aan de andere zijde. Men vindt dus A als het punt dat midden tusschen { (öj _|_ a3) en a3 in ligt, terwijl natuurlijk, als de beweging niet gedempt werd,

A = ï (öi -)- ctj)

zou zijn.

Op de hier aangegeven wijze wordt b.v. bij een balans de ruststand bepaald uit eenige omkeerpunten.

Het verdient nog opmerking dat een weerstand die alleen bij de beweging wordt opgewekt, nooit van invloed kan zijn op den evenwichtsstand, om de eenvoudige reden dat hij, wanneer het lichaam ten slotte in rust is gekomen, niet meer bestaat. Men mag dus, als het alleen om de waarneming van den evenwichtsstand te doen is, den luchtweerstand door vergrooting van het oppervlak doen toenemen, zoo dat het

Sluiten