Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lichaam spoediger in rust komt. Soms wordt voor hetzelfde doel van den weerstand eener vloeistof partij getrokken.

§ 199. Uitwijking door een plotselingen stoot. Een lichaam

kan om een vaste as schommelen onder den invloed van een richtend koppel, dat evenredig is met de uitwijking uit den evenwichtsstand. Het bevinde zich eerst in dezen stand en worde dan daaruit verwijderd door een koppel M, dat gedurende een korten tijd r werkt, welke tijd reeds is afgeloopen voor een merkbare verplaatsing is ontstaan. Men kan dan zeggen dat het lichaam den evenwichtsstand verlaat met de hoeksnelheid

, (16)

Q ' '

die het van het koppel ontvangt (§ 186, «). Q. is het traagheidsmoment ten opzichte van de as van wenteling.

Het lichaam voert nu enkelvoudige schommelingen uit en wel zoo dat de hoeksnelheid bij het gaan door den evenwichtsstand telkens door de uitdrukking (16) bepaald wordt. Stelt men deze schommelingen door de for-

2 T CL

mules (9) en (10) van § 187, a voor, dan ziet men dat de waarde (16) en dus de eerste uitslag a de waarde

_ M r T _ Mr i ° 2i(l ~ wQ,

heeft.

In deze laatste formule is 3 = i T. Bedenkt men nu dat 5 = t

K

is, als K de in § 187, e aangegeven beteekenis heeft, en dus Cl = a , dan kan men schrijven

tMT-

a ~ XT' (17)

een vergelijking die men ook vindt door in aanmerking te nemen dat het

M'2 tï

lichaam den evenwichtsstand verlaat met de kinetische energie J - q en

dat de potentieele energie (§ 187, e) 1 K d1 op het oogenblik der grootste uitwijking daaraan gelijk moet zijn.

Zoeken wij nu het koppel N, dat, voortdurend werkend, een even grooten blijvenden uitslag kan teweegbrengen. Daar dit met het terugdrijvende koppel evenwicht zou moeten inaken, is

N = a K (18)

Men heeft derhalve tusschen de koppels M en N, die dezelfde uitwijking

Sluiten