Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tere druk werkt dan aan de bovenzijde, is de resultante van al de drukkingen op het oppervlak een verticaal naar boven gerichte kracht. Deze is altijd gelijk aan het geicicht van de vloeistofmassa die de door het vaste lichaam ingenomen ruimte zou kunnen vullen, m. a. w. aan het gewicht der verplaatste vloeistof. liet laatste ziet men onmiddellijk in voor een recht prisma met horizontaal grond- en bovenvlak. Hierbij toch worden de drukkingen op grond- en bovenvlak gegeven door het gewicht van vloeistof kolommen die, op deze vlakken staande, tot aan den vloeistofspiegel zouden reiken.

Bij een lichaam van willekeurigen vorm kan men den druk op elk element beschouwen en dit stelsel van krachten met elkander samenstellen of, wat eenvoudiger is, een redeneering toepassen, die met de in § 203 gebezigde overeenkomt. Vervangt men nl. het vaste lichaam door de vloeistofmassa, die dezelfde ruimte inneemt, dan is deze te midden der omringende vloeistof in evenwicht; de resultante van al de krachten die zij ondervindt, en die natuurlijk dezelfde zijn, die eerst op het vaste lichaam werkten, moet dus gelijk en tegengesteld aan haar gewicht zijn. Bovendien moet zij met dit gewicht langs dezelfde lijn werken; daaruit volgt dat de opwaartsclie druk ook bij het vaste lichaam door het zwaartepunt der verplaatste vloeistof gericht is.

Het bovenstaande is ook van toepassing op een drijvend lichaam dat slechts ten deele is ondergedompeld; onder de verplaatste vloeistof heeft men hierbij die te verstaan, welke de door het lichaam ingenomen ruimte zou vullen, voor zoover deze beneden den vloeispiegel ligt.

Een geheel ondergedompeld lichaam kan in de vloeistof in evenwicht zijn, wanneer het gewicht ervan gelijk is aan dat van de verplaatste vloeistof; net plaatst zich dan echter in den regel in een bepaalde richting, waarheen het na elke draaiing terugkeert. Bij een willekeurigen stand (Fig. 187) werkt nl. op het lichaam de zwaartekracht, die geacht kan worden in het zwaartepunt Z aan te grijpen, en de even groote opwaartsclie druk, de laatste langs een lijn die door het zwaartepunt Z' der verplaatste vloeistof gaat. Deze beide

Sluiten