Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarin gelijk was aan de verticale hoogte van het kwik in de

barometerbuis boven dat in den bak.

Bij een hevelbarometer (Fig. 192) wordt op dezelfde J tig. li)2. wijze de druk van den dampkring aangegeven door

den verticalen afstand der kwikoppervlakken c en b.

Gemakkelijk kan men uit den barometerstand den druk der lucht in dynes per c.M2 afleiden. Men vindt daarvoor bij den gemiddelden barometerstand van 76 c.M. (kwik van 0°C.) 1,014 X 10° dynes.

Doet men de buis van een barometer hellen, dan blijft de verticale hoogte van het kwik boven den vloeistofspiegel in den bak onveranderd. Bij een genoegzame helling vult het kwik de buis geheel en drukt zelfs tegen den bovenwand daarvan; de bedoelde druk is gelijk aan het gewicht van een kwikkolom waarvan men de lengte vindt door de verticale hoogte van den top der buis boven den kwikspiegel af te trekken van de barometerhoogte.

Hetzelfde geldt bij een verticale buis die korter is dan de barometerhoogte, en geheel met kwik is

gevuld. Past men dezelfde berekening toe op een buis die langer is dan de barometerhoogte, in de onderstelling dat de vloeistof tot aan den top reikt, dan vindt men een negatieve waarde voor den druk. D. w. z., de buis kan alleen gevuld zijn, wanneer het kwik aan het glas hangt, en wanneer eveneens het bovenste deel der kwikkolom de lager gelegen vloeistof door een aantrekkende kracht draagt. Bij een goed uitgekookten barometer kan men werkelijk somtijds waarnemen dat, na het omkeeren der buis in den kwikbak en het wegnemen van den vinger, de kwikkolom zich eerst na een licht kloppen van den top der buis scheidt.

Uitdrukkelijk u-ijzen wij er nog op dat in al de besproken gevallen de druk alleen daarom overal kan bepaald worden, omdat er één plaats is, waar hij bekend is. Bij een vloeistofmassa. die aan alle zijden door vaste wanden is ingesloten moet men den druk uit andere gegevens, nl. uit de hoeveelheid der stof, de temperatuur en het volume afleiden.

Sluiten