is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 193.

g. In elke vloeistof en in elk gas bleek ons de druk beneden grooter te zijn dan boven; hoeveel dit verschil bedraagt hangt echter van de dichtheid der stof af.

Laat b.v. A een punt beneden en A een punt boven in een gasleiding zijn, en laat 13 en B' twee punten in de lucht zijn, die resp. even hoog liggen als A en A'. Daar het lichtgas lichter is dan de lucht, zal, als er in de leiding evenwicht bestaat, het drukverschil tusschen A en A' kleiner zijn dan dat tusschen B en B', waaruit volgt dat de overmaat van druk in de gasleiding boven de buitenlucht boven in een gebouw grooter moet zijn dan beneden.

Aangezien de lucht bij de gewone dichtheid ongeveer 800 maal lichter is dan water, zullen, vergeleken met de drukverschillen in een waterkolom, die in een luchtkolom van dezelfde hoogte kunnen worden verwaarloosd. Door een luchtmassa kan men een druk van een lager naar een hooger punt overbrengen, zonder dat hij merkbaar verandert. Dit heeft b.v. plaats bij de in Fig. 193 afgebeelde inrichting. De lucht in het vat B ondergaat een druk die beantwoordt aan de hoogte van het water in het open vat A; deze druk wordt door een buis overgebracht naar het vat D en kan het water uit dit laatste in de buis E zoover omhoog drijven, dat het hoogteverschil van het water in D en E op zeer

weinig na even groot is als dat tusschen A en B.

§ 206. Arbeid der zwaartekracht bij de beweging van vloeistoffen. Dezen arbeid, of, wat op hetzelfde neerkomt, de vermindering van het arbeidsvermogen van plaats tegenover de zwaartekracht, kan men vinden (§ 169) door de daling van het zwaartepunt der geheele vloeistofmassa met haar gewicht te vermenigvuldigen. Veelal is intusschen een andere opvatting eenvoudiger.

Staat b.v. in een U-vormige buis (Fig. 194) de vloeistof eerst aan weerszijden even hoog, nl. tot in b en d, en wordt